zondag 4 oktober 2015

Zorg, een filosofische analyse

Referentie


Vorstenbosch Jan, Zorg een filosofische analyse, Amsterdam, Uitgeverij Nieuwezijds, 2005, 252 p.
(Het boek is niet meer te koop, maar kan gedownload op de website van de uitgever via de volgende URL:  http://www.nieuwezijds.nl/Boek/9789057121852/Zorg/Downloads/)

Een meer uitgebreide samenvatting van het boek vindt u hier

Bespreking


Dit boek is een filosofisch "leerboek", het maakt een systematische filosofische analyse van het verschijnsel zorg.  Deze begint met een taalkundige analyse.  Uit het gebruik van de termen "zorg" en "zorgen", leidt de auteur af dat zorg twee varianten heeft:  de handelingsvariant ("zorgen dat" iets gebeurt) en de relatievariant ("zorgen voor" iets of iemand).   Tevens besluit hij dat zorgen een praktijk is.  De praktijk van het zorgen legt de nadruk op relaties, processen, deugden, attitudes, die afzonderlijke situaties en handelingen in een ruimer perspectief plaatsen.

Daarop volgt een "formele analyse".  Deze leidt tot de vaststelling dat zorg geen geïsoleerde handeling is, maar handelingen inbedt in situaties en contexten.  Zorg is ook een manier van omgaan met de tijd: men geeft tijd op basis van de behoeften van de hulpvrager.  Tot slot is zorg kwetsbaar omdat het net als elke handeling regelgeleid is, en dus kan falen in het uitvoeren van de vooropgestelde regels.  Bovendien is zorg doelgericht, zodat ze ook haar doel kan missen.  Maar, zo besluit de auteur, deze formele analyse brengt ons niet veel verder.

Daarna volgt een normatieve analyse, die tot het besluit leidt dat er niet zo iets is als een harde inhoudelijke kern van zorg. "Het zijn juist de eigen aard en oorsprong van de relaties, het specifieke karakter van de waarden waarop ze gebaseerd zijn en de telkens concrete, historische en particuliere wijze waarop ze door personen worden geïnterpreteerd en van die personen inhoud krijgen, die de anatomie en de dynamiek van zorg in leven en samenleven, het subtiele weefsel van zorgrelaties, uitmaken" (p. 109 -110).

In eerste instantie kunnen we dus besluiten dat dit boek niet het ultieme antwoord geeft over de vraag: "Wat is zorg?"  Maar, zoals van een filosofisch boek mag verwacht worden, reikt het wel vragen aan om het onderzochte domein te onderzoeken en biedt het kaders om dit te analyseren.

Ook al gaat het om een leerboek, toch is het geen "neutraal" leerboek, er zit wel degelijk een normatieve oriëntatie in dit boek, wat uiteraard van een filosofische analyse kan verwacht worden.  De auteur maakt daarbij duidelijk dat voor hem het individu de basis is waarop waarden moeten geënt worden.  Hij noemt dat "normatief individualisme".   Uit het boek spreekt een haast Nietzscheaanse bezorgdheid dat zorg de veerkracht van het individu zal fnuiken.  Zorgzaamheid en zorgvuldigheid staan tegenover zorgeloosheid en daarom zijn ze ambivalent: ze zouden in kunnen gaan tegen vitale waarden als vitaliteit, spontaneïteit, vrolijkheid en veerkracht.

Uiteraard is het een basisprincipe van goede zorg dat men de veerkracht en zelfredzaamheid van de zorgvrager moet bevorderen, maar in een economische visie op zorgverlening heeft dit vaak een dubbele bodem: wie over voldoende financiële middelen beschikt, heeft ten allen tijde het recht om service "in te kopen", terwijl wie deze middelen niet ter beschikking heeft, "zelfredzaam" zal moeten zijn.

Jan Vorstenbosch staat uitdrukkelijk voor een liberale visie op de samenleving.  De economie is de motor van de samenleving.  Op p. 198 - 199 schrijft hij:  "De financiële ruimte van de overheid wordt sterk beïnvloed door de wereldmarkt en het succes van de nationale economie. Die ruimte bepaalt hoe breed de overheid haar zorgtaken kan nemen en hoe ruimhartig ze de uitvoering daarvan kan financieren.  (...)  De markt loopt niet goed als er op het maatschappelijk lichaam een overheidswaterhoofd komt te staan dat veel geld, energie en arbeid onttrekt aan het vrije spel van economische krachten. Overheidsgeld om de economische motor weer aan het draaien te brengen, helpt voor infrastructurele voorzieningen zoals wegen, onderwijs en gebouwen, maar niet voor economisch improductieve sectoren zoals de zorg voor ouderen en gehandicapten. Die kosten alleen maar geld."

De auteur is  nogal kritisch over Joan Tronto.  Hij stelt dat zij wel een correcte analyse maakt van de machtsverschillen in de samenleving, maar dat zij dat doet vanuit een definitie over zorg, die "on-politiek" zou zijn.  De definitie van Joan Tronto sluit aan bij de Aristotelische ethiek van het goede leven.  Jan Vorstenbosch stelt dat daar heel diverse opvattingen over bestaan.  Uiteraard is dat waar, maar de definitie die Vorstenbosch hanteert, lost dit probleem ook niet op.  In een pluralistische wereld, is het een utopie te denken dat er ooit nog een algemeen aanvaarde visie over het goede leven zal komen bovendrijven.  Bovendien heeft deze discussie wellicht ook te maken met het verschil tussen een "masculiene" blik van Jan Vorstenbosch en een feministische bij  Joan Tronto.  "Het persoonlijke is politiek", is immers een van de uitgangspunten van het feministische denken.

De auteur geeft bovendien een zeer eigenaardige repliek op Joan Tronto, vooral in het licht van zijn keuze voor een liberale ethiek.  Hij stelt dat Tronto het goede leven als een ijkpunt ziet en verwijt haar dat ze voor de discussie over goede zorg verwijst naar het liberale democratische systeem, wat geen uitzicht biedt "omdat dit voor een groot deel op individualistische, abstracte en procedurele grondslagen berust".  Dit is een zeer vreemde stelling, vooreerst omdat Jan Vorstenbosch over het geheel van zijn boek zeer duidelijk liberalistische standpunten inneemt.  Bovendien is het volmaakt onduidelijk waar hij de discussie wel wil voeren als dat niet kan in het kader van het democratische systeem.

Jan Vorstenbosch gaat ook uitvoerig in op het zorgconcept bij Heidegger in "Sein und Zeit".  "Sorge" is voor Heidegger een existentiaal, een wezenlijk kenmerk dus, van het "Dasein" .  Het is een wezenlijke eigenschap van de mens dat hij zorgend in de wereld staat.  Maar omdat de mens als een zijnde wordt gedacht, die in relatie staat met andere zijnden, ontsnapt het zijn zelf aan de aandacht en vervalt hij in de alledaagse conventies van het "men".  Alleen als zorg in het licht kan worden gesteld van de menselijke eindigheid, is zij authentiek.  De auteur besteed zoals gezegd veel aandacht aan Heidegger, maar besluit, mij dunkt terecht, dat het zorgbegrip van Heidegger geen ethisch begrip is.  Bij Levinas is dat wel het geval, maar desondanks besteedt de auteur aan Levinas slechts enkele zinnen.

Een interessante gedachte in verband met Levinas heeft te maken met het begrip "persoon".  Dit begrip staat voor de manier waarop mensen hun identeit beleven: als een in de tijd ontwikkelend verhaal.  Maar omdat niet iedereen in staat is om zijn eigen leven op een dergelijke narratieve wijze te benaderen, zijn dus niet alle mensen personen.  Zuigelingen, mensen met een ernstige graad van dementie en ernstig mentaal gehandicapten zijn in dit opzicht geen personen.  Persoon zijn, is het benaderen van de mens van binnenuit, vanuit zijn perspectief.  Levinas stelt daar tegenover dat er een appel uitgaat van het gelaat van de ander.  Dit gelaat stelt ons voor de dwingende eis: "gij zult niet doden!"  Deze eis staat totaal los van het persoon-zijn van de medemens.  Het gelaat van de ander is volkomen extern aan mij en doet onvoorwaardelijk appel op mij.

Om even het rijtje van de grote denkers uit de moderniteit rond te maken: Jan Vorstenbosch schrijft ook interessante dingen over de relatie tussen zorgethiek en het denken van Emanuel Kant.  Het denken van Kant wordt door veel zorgtheoretici gezien als universeel, rationeel en a-historisch.   Gezien zorgethiek ongeveer voor het tegengestelde daarvan staat, lijkt er tussen beide een grondige onverenigbaarheid te bestaan.  Maar Kant kent ook ruimte toe aan speciale relaties zoals ouder-kindrelaties, vriendschapsrelaties, enz.   Hij noemt dit imperfecte relaties.  De imperfecte relaties houden ook plichten in,  deze zijn echter niet universaliseerbaar:  ze hangen ervan af tegenover wie we engagementen hebben aangegaan.  Ze zijn bijgevolg veranderlijk in de tijd en volgens de omstandigheden.

Tot slot wil ik nog even ingaan op de vraag wat dit boek bijdraagt tot de onderzoeksvraag van deze website: hoe kan zorg worden gelegitimeerd binnen de context van de moderniteit.  Jan Vorstenbosch gaat uit van normatief individualisme. Dat kan echter nooit leiden tot een eenduidig antwoord op de vraag naar goede zorg.  Als elk ego deze vraag voor zichzelf moet beantwoorden, dan staat men na een tijd voor het probleem dat het ego oplost in de veelheid van andere ego's die elk een eigen invulling van deze vraag geven.  

In dat verband stipt de auteur een paradox aan (p. 153):  alhoewel in de moderniteit alles draait om het autonome subject, wordt eigenbelang en zorg voor het zelf niet als moreel gezien, in tegenstelling tot altruïsme.  In de klassieke en christelijke filosofie was dit wel zo: omdat in deze tijdperken zelfverwerkelijking werd gezien in het kader van de gemeenschap, was de zorg voor het zelf wel een morele zaak.  Deze klassieke benadering vindt een nieuwe adem in de filosofie van de zelfzorg en de zorgethiek.  Daar komt men tot de vaststelling dat een mens maar goed voor een ander kan zorgen, als hij ook zorg voor zichzelf draagt.  Een persoon heeft maar houvast naarmate hij met anderen verbonden is: "Het ideaal van levenskunst en de zorg voor het zelf wordt soms gebaseerd op criteria als authenticiteit, autonomie en reflexiviteit.  Ik wil het belang van deze criteria niet ontkennen.  Maar door ze tot enige inzet van de zorg voor het zelf te maken, dreigt een implosie van het individu" (p. 154).

Hij merkt ook op dat  "het weinig aannemelijk (is) dat morele ervaring en moreel handelen zonder algemene normen, opvattingen en concepten denkbaar is.  Impliciet of expliciet gebruikt iedereen dergelijke concepten en normen die we een prototheorie zouden kunnen noemen" (p.156 - 157). 

Maar ik meen dat het nodig is om deze proto-theorie te expliciteren.  De vraag is alleen hoe men dat kan doen binnen een normatief individualisme.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten