zaterdag 1 augustus 2015

Joan Tronto aan de UvH, 16 januari 2015

Op 16 januari 2015 Joan Tronto aanwezig op een openbaar seminarie van de master zorgethiek en zorgbeleid aan de universiteit voor humanistiek in Utrecht. 
De onderzoeksvraag van de bijeenkomst luidde:  "Moet het feminisme de basis blijven van de zorgethiek?"  Ter voorbereiding werd gevraagd een artikel te leven van Susan Dodds 1

Susan Dodds vertrekt van de stelling dat de idealisering van de vrije persoon (liberal person) als onafhankelijke handelende persoon een probleem  is, omdat men vanuit dat perspectief de menselijke kwetsbaarheid niet kan beschouwen.
De menselijke kwetsbaarheid wordt meestal buiten de politieke arena gehouden, in theorieën over rechtvaardigheid wordt de menselijke afhankelijkheid niet in rekening gebracht.

Zij maakt een onderscheid tussen kwetsbaarheid en afhankelijkheid.
"Vulnerability (kwetsbaarheid) is a disposition of embodied, social and relational beings for whom the meeting of needs and the development of capabilities and autonomy involve complex interpersonal and social interactions over time."

Afhankelijkheid daarentegen is een bijzondere vorm van kwetsbaarheid, waarbij een persoon afhankelijk is van de zorg van specifieke andere personen. 

Zowel kwetsbaarheid als afhankelijkheid zijn ontologische condities van de mens, die het gevolg zijn van onze lichamelijkheid.  Maar volgens Susan Dodds we zijn dus hoe dan ook kwetsbaar, maar niet altijd afhankelijk.  Bijvoorbeeld is volgens haar kwetsbaarheid die door publieke hulpverlening kan opgelost worden, geen afhankelijkheid.  Een lichamelijk gehandicapte die enkel op zijn familie kan rekenen is afhankelijk, maar hij is dat niet meer als er openbare fondsen bestaan om hem te ondersteunen.  Joan Tronto is het met deze opdeling evenwel niet eens:  volgens haar zijn we altijd afhankelijk.  Maar het is uiteraard wel zo deze afhankelijkheid minder bedreigend is, naarmate men meer steunbronnen heeft om op terug te vallen.  Ook een wettelijk kader vergroot onze steunbronnen:  als de administratie waarvan men afhankelijk is, in gebreke blijft, kan men beroep doen op het juridisch apparaat.

Verder maakt Susan Dodds een onderscheid tussen inherente en situationele kwetsbaarheid.  Alle mensen zijn inherent kwetsbaar voor ouderdom, maar niet alle tachtigjarigen zijn afhankelijk van zorg.  Dit hangt af van een heleboel factoren (bv. genetisch, socio-economische status, sociale en welzijnsondersteuning).  Wie afhankelijk is van zorg van concrete personen is situationeel kwetsbaar.

Het probleem is dat kwetsbaarheid op zich verantwoordelijkheid oproept, maar de manier waarop de samenleving verantwoordelijkheid toewijst, genereert zelf kwetsbaarheid.  Door de manier waarop de samenleving verantwoordelijkheden toebedeeld om zorg voor anderen op te nemen, ontstaat pathogene kwetsbaarheid.  Dit heeft twee aspecten.  Enerzijds worden mensen die verantwoordelijkheid toebedeeld krijgen om voor anderen te zorgen daardoor zelf kwetsbaar.   De verantwoordelijkheid om te zorgen is niet eerlijk verdeeld en wie frequent zorg verleend, is secundair afhankelijk.  Anderzijds worden mensen ook kwetsbaar omdat anderen exclusief voor hun zorg verantwoordelijk worden gesteld.   Als de samenleving de zorg voor kinderen exclusief aan de ouders toebedeelt, waardoor alle anderen van deze verantwoordelijkheid ontlast worden, dan worden kinderen kwetsbaar als hun ouders deze verantwoordelijkheid niet opnemen.

Pathogene kwetsbaarheid wordt veroorzaakt of verergerd door moreel disfunctionele sociale relaties of verwachtingen.  Sociale en wettelijke instituties bedoeld om afhankelijkheid te verminderen of verantwoordelijkheid voor het zelf te promoveren, kunnen op een pathogene wijze de kwetsbaarheid verergeren van de afhankelijke persoon of van de zorgverlener, als deze institutionele regelingen de complexe relaties tussen afhankelijkheid en kwetsbaarheid niet doorzien.

Traditioneel wordt autonomie gezien in functie van het onafhankelijke zelfbepalende individu.  Relationele benaderingen echter verwerpen de nadruk op individuele keuze en vrijheid, gezien als onafhankelijkheid.  Ook zelfdeterminatie wordt ontwikkeld  en onderhouden binnen interpersoonlijke en sociale relaties.

De publieke regelgeving vertrekt vaak vanuit een ideaal van autonomie dat onafhankelijkheid en persoonlijke verantwoordelijkheid  als waarde ziet, terwijl het kwetsbaarheid en afhankelijkheid als contingent en privaat ziet en als gevolg van een persoonlijke keuze.

"By drawing on an ideal of autonomy as independence, policy makers too readily discount the ways  the skills and capacities requirred to develop autonomy  are acquired in and shaped through relationships of care,  social institutions an legal recognition.
Relational approaches to autonomy, by contrast, provide a less idealized conception  of the development and exercise of autonomy.  (...)  Our powers or capacities are not developed in the absence of dependency, and they may be consistent with dependence . "  3

Sociale hulp die kwetsbaarheid wil verlagen, moet dus autonomie verhogen vanuit een relationele context.

Zoals reeds in de inleiding werd gesteld, luidde de onderzoeksvraag van het seminarie: "Moet het feminisme de basis blijven van de zorgethiek?"
Joan Tronto beantwoordde deze vraag uiteraard bevestigend.  Ze stelde dat feminisme ruimer is dan een denken dat opkomt voor gelijke rechten van vrouwen: het gaat om een ruimere problematiek. Daarin onderscheidt ze drie aspecten: (1) We moeten ons afvragen wat er natuurlijk is aan gender. (2) We moeten opkomen voor inclusie: mensen moeten ouders kunnen zijn, maar tegelijk de vrijheid hebben om zich te engageren in het publieke leven. En (3) epistemologisch en ethisch moeten we komen tot een gedecentreerd zelf:  we moeten leren kijken naar de wereld vanuit een perspectief van anderen en onszelf dan plaatsen in relatie met die anderen.  Zowel mannelijkheid als vrouwelijkheid, zijn sociale constructies waarin het betrokken individu maar een beperkt inzicht heeft.  Het gaat er dus om de gevolgen van deze sociale constructies bloot te leggen.

Daarbij draait het altijd om macht.  Macht is relationeel: het gaat altijd om een verhouding tussen mensen.  Mensen een vrijgeleide geven om zich te onttrekken aan de verdeling van zorgverantwoordelijkheden, gaat dus ook over macht.  Omdat sommigen zich hieraan onttrekken, dreigen er tussen de overblijvende deelnemers, die wel op hun verantwoordelijkheden worden aangesproken, onderlinge conflicten te ontstaan.  Tronto noemt dit, in navolging van Florynce Kennedy, horizontale agressie.    

Deze horizontale agressie heeft onder meer tot gevolg dat in de zorg onderscheid gemaakt wordt tussen materiële en niet-materiële 4 zorg.  Niet-materiële zorg is intrinsiek relationeel: ze gaat om met de ander als persoon.  In de klassieke huishouding gaat het hier om de taken van de "lady of the house", in de professionele zorg over professionele medewerkers.   In een woonzorgcentrum ziet men op die manier een echelonnering van taken met onderaan het schoonmaakpersoneel, daarboven respectievelijk de verzorgsters, de verpleegsters, de hoofdverpleegkundige en de arts.  Vaak bestaan er inderdaad spanningen tussen die groepen onderling.

Deze blog draait rond een onderzoeksvraag:  in welke mate beïnvloedt de moderne identiteit de manier waarop wij zorg dragen voor elkaar.  Deze moderne identiteit is gebaseerd op het autonome subject dat zichzelf de wet stelt.  Susan Dods en Joan Tronto stellen beide de autonomie van het subject in vraag, in die zin dat beide uitgaan van de kwetsbaarheid van het individu als ontologisch gegeven.  Dat betekent niet dat de mens niet autonoom is, maar dat de menselijke autonomie moet gezien worden als consistent met afhankelijkheid.   Ook zelfdeterminatie wordt ontwikkeld en onderhouden in een netwerk van interpersoonlijke relaties.  We zijn dus niet autonoom of afhankelijk, we zijn beide tegelijk en onze autonomie kan maar ontwikkeld worden doorheen onze afhankelijkheid die inherent is aan het feit dat wij een lichaam hebben.  Epistemologisch en ethisch, zegt Joan Tronto, moeten we uitgaan van een gedecentreerd zelf: een zelf dat kan leren kijken vanuit het perspectief van de ander.  Ons zelf is een sociale constructie: spontaan zien wij het als iets dat we volkomen beheersen, maar in feite is het iets dat in bepaalde mate aan onze controle ontsnapt.  We kunnen maar autonoom zijn doorheen onze afhankelijkheid van anderen.

Noten


1 Dodds Susan, 'Dependence, care en vulnerability' in Mackenzie Catriona, Rogers Wendy and Dodds Susan, Vulnerability.  New essays in ethics and feminist philosophy, Oxford, Oxford university press, 2014, p. 181 - 203

2 id. p. 182

3 id. p. 198  

4 Joan Tronto verwees in dit verband naar Mignon Duffy, die spreekt over nurturant en non-nurturant care. Nurture staat voor "voeden, koesteren, opvoeden".  In de bejaardensector kan men echter moeilijk van "opvoeden" spreken.  Daarom heb ik het vertaald in "niet-materiële" en "materiële" zorg.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten