zaterdag 11 april 2015

Deskundig metgezelschap

Dit is het vijfde artikel naar aanleiding van de intensive course nursing ethics te Leuven op 2 - 5 december 2014.  Een algemeen overzicht van de cursus vindt u via deze link.  Een uitgebreide samenvatting van de cursus vindt u via deze link



Prof. Bernadette Dierckx de Casterlé plaatste in haar bijdrage de zorg in een postmoderne context. We leven in een cultuur van onzekerheid en toenemende complexiteit.

Om het even anders te formuleren: we leven in een situatie van strijdigheid, waarin er geen ultieme rechter meer is die de maat van de dingen kan bepalen. Besluitvorming wordt in een dergelijke cultuur veel complexer. In een cultuur die op sterke gezagsverhoudingen gestoeld is, laten mensen zich leiden door de mening van vertrouwde gezaghebbende personen. In de zorg speelde de arts deze rol. In een postmoderne cultuur is dat niet meer het geval: mensen worden subjecten die voor hun eigen beslissingen instaan. De autonomie van het individu staat centraal. Dat is een zegen, maar tegelijk ook een vloek: het legt zware verantwoordelijkheden op de schouders van het individu. Paternalisme ontneemt het individu zijn autonomie, maar tegelijk haalt het ook de last van zijn schouders om altijd zelf beslissingen te moeten nemen.

Dit wordt nog versterkt door de toename van de medische kennis. Kennis leidt zelden tot vereenvoudiging van keuzen. De toenemende mogelijkheden om de wereld en ons eigen lichaam te beheersen vergroten tegelijk ons inzicht in de nadelen en de bijwerkingen van alle mogelijke ingrepen. Wetenschap vergroot onze mogelijkheden om de wereld te beheersen, maar voor elke wetenschappelijke ingreep moet er een menselijke beslissing genomen worden die hoogstens gedeeltelijk op wetenschappelijke kennis gebaseerd is, maar ook op een menselijke keuze, een afwegen van voor- en nadelen die vaak op persoonlijke preferenties gebaseerd is. Ook dit verhoogt de kwetsbaarheid van de persoon die voor belangrijke keuzen staat die vaak onomkeerbare gevolgen voor het eigen leven kunnen hebben.

Daarbij komt nog dat de wetenschap ook de aard van het ziek-zijn veranderd heeft. In het verleden ging ziekte vooral om acute problemen. Door de verbetering van de medische kennis worden acute kwalen genezen of evolueren ze tot chronische ziekten. Daarbij wordt de patiënt meer en meer geconfronteerd met vragen als: "Wil ik dit nog wel?", "Is dit leven nog wel de moeite waard?", "Hoe kan ik met deze situatie leren leven?" ...

Bijgevolg kan men stellen dat de autonomie van het individu, het toenemen van de kennis en het wegvallen van het paternalisme, de mens tegelijk sterker én kwetsbaarder maakt. "Nous sommes condamnés à être libre", zoals Sartre stelt. Vrijheid is geen keuze: het is de essentie van ons mens-zijn. Maar het maakt ons niet perse gelukkiger. De mens staat alleen tegenover zijn vrijheid en die vrijheid weegt zwaarder naarmate onze beslissingen meer impact hebben op de werkelijkheid.

Daarom wordt communicatie zoveel belangrijker. Het individu heeft in moeilijke situaties behoefte aan emotionele steun van vertrouwensfiguren die niet perse het laatste woord moeten hebben, maar hem een tijd vergezellen bij de moeilijke zoektocht naar een antwoord. De gedachte van het vakkundig metgezelschap (Skilled companionship) is in dat verband zeer vruchtbaar. Men moet zoeken naar een open communicatie in een meer symmetrische relatie. De relatie is erop gericht om samen met de patiënt te zoeken naar diepmenselijke vragen: hoe ervaart de patiënt zijn ziekte, los van de medisch technische sfeer waarin ze wordt ingebed, hoe gaat hij ermee om, hoe kan hij de emoties die ermee gepaard gaan zo goed mogelijk verwerken... Het gaat erom de mens in de patiënt zichtbaar te maken en dat wordt alsmaar belangrijker naarmate de patiënt meer kwetsbaar is.

Daarom is het belangrijk dat de zorgorganisaties daadwerkelijk ruimte maken om dit vakkundig metgezelschap kansen te geven. En daarvoor leven we niet onder een goed gesternte: de zorg wordt alsmaar technologischer, wat uiteraard een goede zaak is, omdat men door de verbeterde technologie beter in staat is om ernstige ziekten te genezen.

Hetzelfde geldt voor het management: dat steeds meer gericht is op doelrationaliteit. Op zich is dat ook een goede zaak omdat daardoor de kwaliteit van het management sterk verbetert. Maar tegelijk zijn doelrationele, technologische organisaties niet de beste voedingsbodem om een zorgende nabijheid te stimuleren. Want men zal er nooit omheen kunnen dat geduldige zorg veel tijd vraagt, en moeilijk planbaar is. Menselijke emoties kunnen nu eenmaal niet geprogrammeerd worden binnen de daarvoor voorziene aandachtsminuten. En dat maakt hen moeilijk beheersbaar voor technologie en management, omdat deze nu eenmaal in zeer sterke mate bezig zijn met het beheer van de tijd.


Referentie

  • Kunneman H., 'De strijdigheid. Het geheime bondgenootschap van Habermas en Lyotard' In, KORTHALS M. en KUNNEMAN H.(red), Het communicatieve paradigma., Mogelijkheden en beperktheden van Habermas’ theorie van het communicatieve handelen, Boom Meppel, Amsterdam, 1992.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten