zondag 28 september 2014

Caring democracy

Referentie

 

  • Tronto Joan, Caring democracy. Markets, equality, and justice, New York and London, New York university press, 2013, 227 p.

Samenvatting

 

Om mijn blog overzichtelijker te maken, worden de boeksamenvattingen niet meer rechtstreeks in de blog gepubliceerd.  U kan de samenvatting van Caring democracy vinden via de volgende link: Caring democracy, samenvatting

Bespreking


Het is bon ton om de lof van de democratie te zwaaien, in die mate zelfs dat we geneigd zijn om deze democratie te vuur en te zwaard te exporteren naar de rest van de wereld. Daarbij wordt echter de vraag naar de betekenis van de democratie onder de mat geveegd. De mainstream politieke theorie benadert democratie namelijk bijna uitsluitend als een geheel van procedures die ertoe strekken om tot politieke besluitvorming te komen. Het is precies dat wat Joan Tronto contesteert: meer dan een verzameling procedures, moet democratie voor haar een uiting zijn van het zoeken naar het goede leven. Dat goede leven kan zich alleen afspelen in een samenleving waarin de burgers voor elkaar zorgen en waar de last van deze zorg op een rechtvaardige manier over alle burgers verdeeld wordt. Daarom gaat democratie voor haar in de eerste plaats over het verdelen van verantwoordelijkheid en slechts in tweede instantie over het toewijzen van middelen. Verantwoordelijkheid staat in het teken van antwoorden op de noden van de andere burgers (ver-antwoorden). Iedereen is verantwoordelijk om zijn deel van de zorg op zich te nemen. Niemand wordt daarvan vrijgesteld. Daar waar in onze samenleving de zorg exclusief in handen van vrouwen en niet-blanken wordt gelegd, stelt Joan Tronto dat de lasten van de zorg op een rechtvaardige manier over alle burgers moeten worden verdeeld.

Die onrechtvaardige taakverdeling wordt in stand gehouden door het scheiden van het leven in twee aparte sferen: het economische, het autonome, het krachtige behoort tot de publieke sfeer, terwijl het zorgende en kwetsbare tot de private sfeer hoort en daar voornamelijk aan vrouwen wordt toegewezen. Op die manier wordt zorg buiten het democratische spel gehouden. Nochtans betoogt Joan Tronto dat een democratie die niet zorgend is, gedoemd is om te verdwijnen. Ware democratie vooronderstelt namelijk verbondenheid tussen de mensen, de bereidheid om met elkaar verbintenissen aan te gaan om samen te zoeken naar een goede samenleving. In deze goede samenleving staat het zorgen voor elkaar centraal. Dit is noodzakelijk omdat de mens een kwetsbaar wezen is, dat zonder zorg niet kan overleven.

Vanuit deze inhoudelijke betrokkenheid op de democratie, is zorgethiek niet gebaseerd op het klassieke theoretisch-juridisch model, waarbij men zich beperkt tot het vastleggen van vooraf bepaalde standaardregels, maar kiest zij voor het expressief-collaboratief model waarbij afspraken onder de burgers op een dynamische manier ontstaan via sociale onderhandelingen. Regels moeten dan altijd contextueel worden benaderd. Zorgethiek werkt niet in de eerste plaats met algemene regels: zij is particularistisch en contextueel.

Dit alles steunt op een ontologisch fundament, een antwoord dus op de vraag: “Wat is het wezen van de mens?” Het mainstream-denken in onze samenleving ziet de mens als een autonoom zelfredzaam individu. Wie zorg nodig heeft, heeft niet hard genoeg zijn best gedaan om voor zichzelf te zorgen: hij is onvoldoende aangepast aan de eisen van de moderne samenleving. Dat is zijn eigen schuld, hij heeft onvoldoende zijn best gedaan. Hij wordt gezien als de “Ander” die men op een rechtmatige manier kan analyseren en beoordelen. Het neoliberalisme kent alleen individuele verantwoordelijkheid want “there is no such thing as society” zoals Margareth Thatcher betoogde. Daardoor wordt de samenleving volgens Joan Tronto een “onverantwoordelijkheidsmachine: als er geen publiek proces is om na te denken over verantwoordelijkheid en onverantwoordelijkheid, zal deze onverantwoordelijkheidsmachine maar een antwoord klaar hebben: “It's your own fault!” Joan Tronto stelt daar een andere ontologie tegenover. Voor haar is de mens wezenlijk een kwetsbaar wezen dat leeft in verbondenheid met de anderen. Daarom hoort het tot het wezen van de mensen om voor elkaar te zorgen. Zorg moet dus centraal staan in de organisatie van de samenleving. Door iedereen als een recipiënt van zorg te zien, verdwijnt ook het perspectief op de zorgvrager als de “Ander” omdat iedereen dan als een kwetsbaar persoon wordt gezien, niet alleen de mensen die het moeilijk hebben.

Daarbij moet wel worden benadrukt dat Joan Tronto een brede betekenis geeft aan het begrip zorg. (In 1990 werd zorg door Bernice Fisher en Joan Tronto zorg op een zeer brede manier gedefinieerd: " We suggest that caring be viewed as a species activity that includes everything that we do to maintain, continue, and repair our 'world' so that we can live in it as well as possible. That world includes our bodies, our selves, and our environment, all of which we seek to interweave in a complex, life-sustaining web.")

Ten gevolge van de dominantie van de neoliberale ontologie, hebben wij een totaal verkeerde kijk gekregen op het begrip “economie”. Net als het begrip democratie is ook economie een totaal abstract begrip geworden. We horen overal hetzelfde refrein: de “markten” bepalen wat de politiek moet beslissen. Nochtans zou het welzijn van de mensen het essentiële doel van de economie moeten zijn. Wat baat het om een gigantisch bruto nationaal inkomen te ontwikkelen als een aanzienlijk deel van de bevolking in armoede leeft? Bovendien is dit verengde begrip van de economie zo centraal komen te staan in ons denken, dat alle politieke beslissingen ertoe worden herleid. Al het niet-economische verdwijnt uit de focus of krijgt een zeer minderwaardige rol toebedeeld. Het leidt ertoe dat economische discussies enkel gaan over zelfzuchtigheid, hebzucht en winst. De mens verschijnt louter als een individu dat zich moet standhouden in competitie met de andere individuen.

Zorg werd door Joan Tronto in haar boek “Moral boundaries” ingedeeld in 4 fasen: (1) oog hebben voor (caring about), (2) ervoor zorgen dat (taking care of), (3) zorgen (care giving) en (4) reageren op zorg (care receiving). In dit boek wordt daar een vijfde fase aan toegevoegd: zorgen met (caring with). Dit is de eindfase: ze vereist dat zorgnoden en de manieren waarop ze worden vervuld, consistent moeten zijn met democratische bekommernissen over rechtvaardigheid, gelijkheid en vrijheid voor iedereen 22.

Vanuit deze achtergrond gaat zij ook in discussie met de westerse filosofische traditie. Eigenlijk heeft alleen Heidegger een theorie over zorg ontwikkeld. Zelfs Hannah Arendt, die vaak door zorgethische auteurs wordt aangehaald, verwijst het concrete zorgen naar de animal laborans, die de sfeer van de vrijheid voorafgaat. Zorgethiek is ook duidelijk onderscheiden van deugdenethiek: deze is niet relationeel, maar richt zich op de daden van de zorgverlener als handelend individu. Deugdenethiek zal vaak altruïsme als morele norm vooropstellen. Dit houdt echter het gevaar in dat de bestaande onrechtvaardigheid in stand wordt gehouden. Zorgethiek is voor Tronto essentieel een politieke theorie, die gaat over rechtvaardigheid. Dit laatste moet vooral gezien worden in het kader van het rechtvaardig verdelen van verantwoordelijkheden.

Vrijheid is in het neoliberalisme beperkt tot negatieve vrijheid: het ontbreken van verplichtingen tegenover anderen en afwezigheid van overheidsinmenging. Voor Tronto gaat het om positieve én negatieve vrijheid. Enerzijds moet men vrij zijn van dominantie door anderen, dat kan gezien worden als de basisvoorwaarde om van vrijheid te kunnen spreken. Maar echte vrijheid is positieve vrijheid en omvat de mogelijkheid om verbintenissen met anderen aan te gaan. Zorgethiek is dus in zekere zin een relationele verruiming van de Kantiaanse ethiek: wij zijn maar vrij als wij in verbintenis met elkaar, onszelf de wet kunnen opleggen die bepaalt dat we voor elkaar moeten zorgen.

Dit vergt echter een totaal herdenken van de werking van onze samenleving. Zorg gaat over relaties, dus moet er voldoende tijd en nabijheid zijn. Bijvoorbeeld moeten de openingsuren van officiële organisaties afgestemd worden op de zorgtijd: de organisaties moeten bereikbaar zijn op momenten dat informele zorgverleners vrij zijn. Schooltijd en arbeidstijd moeten ook op elkaar afgestemd zijn. Beslissingen over tijdsbesteding zijn essentieel waardegeladen. Men moet tijd en plaats herordenen, zodat zorg eenvoudiger wordt. De vraag is: hoe schikken we arbeid rond een leven in plaats van omgekeerd. Arbeidsethiek en zorgethiek moeten beter op elkaar afgestemd zijn. Het individuele nastreven van rijkdom mag niet het centrale doel zijn. Zorg moet centraal staan.

De consequentie daarvan is ook dat zorg meer moet gewaardeerd worden in de samenleving. Dat houdt onder meer in dat zorgverleners beter moeten betaald worden en dat er meer middelen voor de zorg moeten voorzien worden.

Een belangrijke vraag in dit boek betreft de rol van de markt in de zorg. Joan Tronto is behoorlijk kritisch ten aanzien van deze rol. De markt streeft naar winst, niet naar goede zorg. Ze levert haar diensten alleen aan wie ze kan betalen en des te meer aan wie veel kan betalen. Dit leidt tot een versterking van de reeds bestaande ongelijkheid in de samenleving. De markt zal deze ongelijkheid nooit op zichzelf oplossen. Maar anderzijds is de behoefte aan zorg zeer gedifferentieerd, wat ertoe leidt dat non-profit organisaties onvoldoende middelen hebben en onvoldoende initiatief kunnen ontwikkelen om op alle zorgvragen in te gaan. De markt kan dan een aanvullende rol spelen om het aanbod aan zorg te diversifiëren. Maar dit is alleen mogelijk mits een goede regulering en controle door de overheid. De markt kan een rol spelen, maar de noden moeten op een democratische manier bepaald worden. In de praktijk stellen we echter vast dat het denken over management in de zorg meer en meer door het economische denken wordt beïnvloed. Het “nieuwe overheidsmanagement” is evenzeer gebaseerd op individuele doelstellingen, competitie en klanttevredenheid.

In dit verband is ook het onderscheid tussen service en zorg belangrijk. In het marktdenken wordt dit voortdurend door elkaar gehaald. De markt denkt in termen van serviceverlening. Daarbij gaat men ervan uit dat autonome individuen zich op de markt begeven om diensten in te kopen. Er worden daarvoor contracten afgesloten waarbij de klant in essentie de meest machtige partij is. De klant treedt op als werkgever en beschikt over alle informatie om de serviceverlener aan te sturen en opdrachten te geven. Daartegenover staat dat zorg vaak verleend wordt aan kwetsbare mensen die niet meer autonoom zijn en dus afhankelijk zijn van de zorgverlener. In een zorgrelatie is er sprake van machtsassymetrie in het voordeel van de zorgverlener: de zorgvrager is afhankelijk van de verleende zorgen en beschikt meestal over minder informatie dan de zorgverlener. Het moet duidelijk zijn dat service en zorg niet echt tegengestelden zijn. Het zijn eerder de uiterste polen van een continuüm waarin er heel veel tussenposities voorkomen. Het probleem is echter dat de markt de werkelijkheid simplificeert door heel dat spectrum tot zuivere serviceverlening te herleiden.

Bij wijze van besluit kan men stellen dat Joan Tronto het gangbare mensbeeld in onze samenleving in vraag stelt en in de plaats daarvan de mens als wezenlijk kwetsbaar ziet. Vanuit deze kwetsbaarheid wordt zorg een centrale kwestie in de organisatie van de samenleving. Zorgethiek wordt bijgevolg een politieke theorie die de organisatie van de maatschappij grondig wil veranderen: een echt vrije samenleving maakt mensen vrij om te zorgen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten