woensdag 19 maart 2014

30-01-2014: A meaningfull live in a just society, lustrum congres UvH, bespreking

Ik meen dat het voorbije congres van de Universiteit voor Humanistiek, kan gezien worden als de stand van zaken in een bepaalde (belangrijke) tendens in het denken over zorgethiek.  Misschien kan men spreken over de "lijn Gilligan - Tronto", omdat beide dames min of meer de grondleggers van deze denkrichting zijn.

Zorg wordt daarin gezien als een politieke theorie. 

Elke min of meer ontwikkelde samenleving ontwikkelt een zorgsysteem.  Er zijn echter verschillende gronden om een dergelijk systeem te legitimeren.  Foucault toont bijvoorbeeld aan dat zorg vaak een instrumentele legitimering krijgt:  om de economie draaiend te houden moet de samenleving de burgers onder controle krijgen.  Dat gebeurt door hen te te normaliseren.  Historisch gezien werden heel wat zorginstellingen daarvoor ingezet. 
De legitimering waarvan Tronto e.a. uitgaan is ontologisch:  kwetsbaarheid is een essentiële eigenschap van de menselijke zijnswijze.  Mensen hebben namelijk in belangrijke delen van hun leven nood aan zorg om te overleven.  Zonder zorg zou de menselijke soort dus eenvoudigweg niet bestaan.  Maar zorg gaat ook over rechtvaardigheid.  Want ondanks het feit dat iedereen kwetsbaar is, wordt een aanzienlijk deel van de mensen vrijgesteld van de plicht om zich daarom te bekommeren.  In de woorden van Tronto hebben zij een "pass to care": een vrijgeleide om zich enkel bezig te houden met bescherming en productie.    Daardoor dreigt hun denken zich te beperken tot een instrumentele rede, waarin de ander, om naar Kant te refereren, nauwelijks als doel en voornamelijk als middel wordt gezien. 
Het sleutelwoord voor zorg als politieke theorie is verantwoordelijkheid.  In deze term zit het woord "antwoord" verborgen.  Mensen dienen een antwoord te geven op de nood van de ander en zich daarom te bekommeren.  (In het Engels waarin Tronto schrijft, gaat het respectievelijk om "responsibility" en "respons".)  Zorg wordt daarbij gezien als een geheel van praktijken die in staat zijn om de samenleving te ordenen.  Frans Vosman voegde aan het begrip "responsibility" het begrip "precarity" toe.   Mensen zijn kwetsbaar en daardoor vaak afhankelijk van de willekeur van anderen.

Dit heeft niet alleen betrekking op het persoonlijke leven.  De werking van de democratie zelf kan  enkel begrepen worden in een zorgende samenleving.  Het is maar omdat mensen zorg voor elkaar dragen dat ze het de moeite waard vinden om over de werking van de samenleving te overleggen.  Zonder zorg voor elkaar ontaardt de samenleving in een strijd van allen tegen allen en daarin is er voor iets als democratie geen plaats. Democratische besluitvorming is een bijzonder chaotisch en onefficiënt proces, dat enkel zin heeft als mensen bezorgd zijn voor elkaar. 

Als politieke theorie stelt zorgethiek zich tegenover het "neo-liberalisme".  Zeer schematisch wordt dit door de Tronto en anderen gezien als een wereldvisie waarin de individuele verantwoordelijkheid centraal staat.  Ieder individu staat voor zichzelf en als het fout loopt, is dat zijn eigen schuld.  Zorgen voor elkaar moet in het neoliberalisme gebeuren in de private sfeer waarin het "mijn kind, schoon kind" de belangrijkste regel is. 
Ik meen dat de positie van zorg als antithese voor het neo-liberalisme een zeer dubbele zaak is.  Enerzijds is dit nuttig omdat men daardoor zeer duidelijk positie kiest zorg in een politiek concept dat een tegengif wil zijn voor het individualisme in onze samenleving.  Maar tegelijk neemt men daarmee ook een kwetsbare positie in.  Ik ben zeker geen "kenner" van het neo-liberalisme, maar ik heb toch de indruk dat Tronto en anderen dit al te schematisch beschrijven.  Hopelijk zal de lectuur van "Caring democracies" hier meer duidelijkheid brengen.

Prof. Selma Sevenhuyzen legde de nadruk op aandachtigheid.  Mensen wassen, voeden, kleden is ook een job waarvoor men een loon ontvangt en louter vanuit dat perspectief  kan gezien worden.  Het is maar door aandachtige betrokkenheid dat het "zorg" wordt.

Verder werd ook het probleem van de organisatorische inbedding van zorg aangekaart.  Prof. Frans Vosman stelt dat Lean-denken en financieel beheer enorm veel tijd in beslag nemen in het management van zorgorganisatie.  De focus ligt op snelheid en efficiëntie, niet op het doel van de zorg.  Managers die niet aan de vereisten voldoen, worden vervangen, waardoor er heel wat mankracht verloren gaat.  Alles wordt gekaderd in een HR-jargon, niet in een politieke ethiek.  De "houdbaarheidsdatum" van het management is een sleutelwoord, men is voortdurend onzeker over zijn positie. 
Ongetwijfeld is het waar dat er op dit moment heel veel nadruk wordt gelegd op financieel management en efficiëntie, maar ik meen dat dit geen nieuw gegeven is.  Het is onvermijdelijk dat het management bekommerd is om de financiële leefbaarheid van de organisatie, zo niet kan deze niet overleven.  Dat is altijd al zo geweest, uitgezonderd in het laatste deel van de twintigste eeuw, waarin een aantal organisaties op zeer riante manier op de openbare financiën beroep konden doen. 

Daar staat echter tegenover dat zorg meestal wordt verleend in de schoot van grote bureaucratische organisaties.  Het spreekt voor zich dat dit een aantal beperkingen met zich meebrengt.  Maar anderzijds zou er zonder deze organisaties nauwelijks zorg verleend worden in een complexe moderne samenleving.  Het is dus belangrijk om na te gaan hoe deze organisaties zo goed mogelijk kunnen georganiseerd worden om goede zorg mogelijk te maken. 
Prof. Sophie Bourgault bracht in dit opzicht een aantal interessante nuances aan.  Formele bureaucratische bureaucratische organisatie is volgens haar precies in het voordeel van de zorgverleners, die in grote meerderheid vrouwen zijn die niet kunnen terugvallen op de "ons-kent-ons-mentaliteit" die onder mannen gemeengoed is.  Formele regels vormen een bescherming tegen willekeur.  Alleen moet men er zich van bewust zijn dat zorg zeer tijdsintensief is.  De bureaucratie heeft daarvoor te weinig aandacht.  Men moet daarom uitgaan van hybride machtsstructuren waarin er ruimte is voor "georganiseerde dissonantie".  Het is de bedoeling om deze piste in een volgend artikel verder uit te werken.

Uit de bijdrage van Carol Ryff en Peter Derckx onthou ik vooral het belang van het levensdoel.  Zelfs in objectief moeilijke levensomstandigheden hebben mensen die betekenis aan hun leven kunnen geven een grotere veerkracht.  Dat mag uiteraard geen argument zijn om onrechtvaardigheid in de samenleving in stand te houden, maar het is andermaal een aansporing om mensen in de zorg niet in de eerste plaats als consumenten, maar wel als zinzoekers te benaderen.

Prof. Joep Dohmen sprak onder meer over Michel Foucault.  De late Foucault stelt het belang van zelfzorg centraal.  Dat is nodig, omdat zorg zonder zelfzorg, verwatert tot zelfopoffering, maar het stelt ons ook voor problemen, omdat zorg vaak ook lastig en "vies" is.  Joop Dohmen stelt dat Margareth Urban Walker ongelijk heeft, als zij het ideaal van het autonome individu "the worst fiction of modernity" noemt.  Wellicht is dat waar, maar hoe dan ook betekent zorg het opnemen van verantwoordelijkheid, die niet altijd perfect met autonomie spoort.  Ook deze tegenstelling wil ik later verder uitwerken.

Tot slot heb ik ook de inbreng van dr. Anneke Soors onthouden en vooral haar opmerking over Aaron Antonovski.  Deze kwam onder meer op basis van onderzoek bij ex-slachtoffers van de Holocaust tot de bevinding dat er in de medische blik zorgen twee tegengestelde referentiekaders bestaan.  Het dominante denkpatroon noemt hij de "pathogenic approach".  Daarin gaat de geneeskunde op zoek naar de oorzaken van ziekte en probeert ze te komen tot een homeostase:  de toestand die van kracht was voor het optreden van de ziekte dient te worden hersteld.  Daartegenover staat de "salutogenic approach" waarbij men op zoek gaan naar menselijke veerkracht om de ziekte te overwinnen. Gezondheid wordt daarbij een heterostase waarin mensen steeds opnieuw gezondheid creëren in voortdurend veranderende omstandigheden.  Het gaat hier om twee totaal verschillende taalspelen die elkaar mij dunkt nauwelijks kunnen verstaan.   In een van mijn volgende artikels wil ik deze tweedeling toepassen op het gebruik van fixatie in de bejaardenzorg. 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten