maandag 17 maart 2014

30-01-2014: A meaningfull live in a just society, lustrum congres UvH

Referenties


  • http://www.uvh.nl/
  • Homepage Joan Tronto: http://www.polisci.umn.edu/people/profile.php?UID=jctronto
  • Homepage Carol Ryff: http://aging.wisc.edu/research/affil.php?Ident=55
  • Ashcraft Karen Lee, 'Organized dissonance: feminist bureaucracy as a hybrid form', in Academy of management journal, Vol. 44, No. 6 (Dec., 2001), pp. 1301-1322
  • Compagnon Claire, Sannié Thomas, L'hôpital, un monde sans pitié, Paris, L' editeur, 2012, 256 p.
  • Freeman Jo, 'The tyranny of structurelessness', te raadplegen via URL: http://www.jofreeman.com/joreen/tyranny.htm 
  • Klaver Klaartje, Van Els Eric en Baart Andries J., Demarcation of the ethics of care as a discipline: Discussion article, In Nursing ethics, 22 oktober 2013, te raadplegen via URL:  http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24154572  
  • Olthuis Gert, Kohlen Helen & Heier Jorma, Moral boundaries redrawn. The significance of Joan Tronto's argument for political theory, professonal ethics and care as practice, Leuven, Peeters, 2014, 232 p.
  • Plumwood Val, Feminism and the mastery of nature, London and New York, 1993, 256 p.
  • Sools Anneke en Mooren Jan Hein, 'Towards narrative futuring in psychology: becoming resilient by imaging the future', in Graduate journal of social sience, july 2012, vol 9, nr. 2, p.203 - 226
  • Sools Anneke, Mooren Jan Hein en Tromp Thijs, 'Positieve gezondheid versterken via narratieve toekomstverbeelding', in Bohlmeijer E ea (ed.).,  Handboek positieve psychologie, Theorie, onderzoek, praktijk, toepassingen, Amsterdam, Boom, 2013, p. 91 - 104.
  • Tronto Joan C., Moral Boundaries. A political argument for an ethic of care, New York, Routledge, 1993, 226 p.
  • Tronto Joan, Caring democracy. Markets, equality, and justice, New York and London, New York university press, 2013, 227 p.


Lustrumcongres naar aanleiding van 25 jaar Universiteit voor Humanistiek in Utrecht met als thema: " A meaningful life in a just society."  Het congres vond plaats op 30 en 31 januari 2014.

Dag 1


Welkomstrede door Prof. Gerty Lensvelt-Mulders, vice-rector UvH
Dagvoorzitter: Prof. dr. Carlo Leget

De eerste dag draaide rond het werk van Joan Tronto.  Zij verzorgde de eerste lezing.

Prof. Joan Tronto: Against good caring? Meeting immediate and distant needs democratically.


Prof. Joan Tronto, Universiteit van Minnesota, USA

Het neoliberalisme is het dominante politieke systeem in onze tijd.  Elk politiek systeem organiseert een zorgsysteem en elke samenleving ervaart zijn zorgsysteem als waardevol.  Ook het kolonialisme werd bijvoorbeeld vanuit een zorgdiscours omschreven, en ook daarin werden de vrouwen ingezet als zorgverleners.   De inzet van dit systeem werd gezien als "zieltjes winnen" voor het ware geloof.  Vandaar dat men tot de paradoxale conclusie kan komen dat goede zorg door een politiek systeem als slechte zorg kan aanzien worden.  In het neoliberale systeem is zorg een persoonlijke verantwoordelijkheid, die ook door de markt kan worden ingevuld.  Mislukkingen worden op het conto van de persoon geschreven en gezien als een "verdiende les", waarvan men de gevolgen zelf moet dragen.   Zorg wordt gezien als een handelswaar op de markt.  Daarom kan men zich overgeven aan medisch toerisme, kan men surrogaatmoeders inkopen en een buitenlandse bruid als het ware kopen via een postorderbedrijf.

Democratische zorg is een alternatief voor dit neoliberale systeem.  Zorg moet benaderd worden vanuit een theoretisch concept. Heden kan een dergelijke theorie alleen zinvol zijn als kritiek op het neoliberalisme, waarbij zich de vraag stelt of er wel een  uitweg uit dit systeem bestaat. 
Het dominante denken stelt alle alternatieven voor als utopieën, maar  in feite is het marktfundamentalisme zelf een utopisch idee, omdat het nooit aan de werkelijke noden van de mensen zal kunnen beantwoorden.  De neoliberale wereld is een fictie.  Democratische zorg is het enige alternatief. 
Als utopie veroorzaakt de vrije markt een selffulfilling prophecy's: het is juist door de vrije markt dat mensen kwetsbaar worden gemaakt, maar naderhand wordt dit op zijn beurt als bewijs aangevoerd om nog meer vrije markt in te voeren.  Arbeid, land en zorg worden door de vrije markt als verhandelbare goederen gezien.  Omdat de vrije markt een utopie is en daardoor een selffulfilling prophecy wordt, is de waarde van de vrije markt niet falsifieerbaar (cfr. K. Popper).   Vrije markt wordt als een tautologie benaderd: wanneer we de term "markt" gebruiken, denken we erbij dat ze vrij is, maar dat is niet waar.

Fisher en Tronto definiëren zorg als volgt:  In het algemeen stellen we voor om zorg te zien als een soort activiteit die alles omvat wat we doen om onze "wereld" te handhaven, te laten voortbestaan en te herstellen, zodat we er zo goed als mogelijk in kunnen leven.  Deze wereld omvat onze lichamen, onze persoonlijkheden en onze omgeving, die we trachten te verstrengelen tot een complex netwerk, dat het leven ondersteunt.   ("On the most general level, we suggest that caring be viewed as a species activity that includes everything that we do to maintain, continue, an repair our ‘world’ so that we can live in it as well as possible. That world includes our bodies, our selves, and our environment, all of which we seek to interweave in a complex, life-sustaining web.” (Tronto, 1993, p. 103.)

De mens is een relationeel wezen dat fundamenteel kwetsbaar en fragiel is.  Alle mensen zijn tegelijk verleners en ontvangers van zorg, maar dit gaat niet altijd over de grote vragen van het leven, ook bv. over dingen als zorg voor onze kleding.  Zorgen is essentieel voor de mens.  Dit zie je bv. als baby's gevoed worden.  De zorgverlener geeft het voedsel met een lepeltje en doet daarbij spontaan zijn mond open.  Heel vaak zien we dat een baby dit gedrag imiteert.

Ethisch gezien dient zorg benaderd te worden vanuit verantwoordelijkheid (responsibility) in plaats van als verplichting (obligation).  Voor de meeste filosofen zijn dit synoniemen, maar dit klopt niet.  Verplichting is begrensd door de gemaakte afspraken, verantwoordelijkheid niet.

Epistemologisch gezien stelt Margaret Urban Walker een expressief collaboratieve benadering van zorg tegenover de klassieke theoretisch juridische benadering.  Vanuit een expressief collaboratieve benadering dient zorg voortdurend heronderhandeld te worden: binnen de zorgrelatie moet men constant onderhandelen over wat goede zorg is. 

Zorg dient echter ook in een politieke context te worden benaderd: de toewijzing van zorgverantwoordelijkheden speelt zich af in een politieke gemeenschap.  Men zou zich kunnen voorstellen  dat iedereen in de samenleving rond een tafel gezet wordt in een spel dat de verantwoordelijkheden verdeeld onder de burgers, waarbij op een eerlijke manier bepaald wordt welke verantwoordelijkheden ieder burger op zich zal moeten nemen.  Het probleem is echter dat het spel niet eerlijk gespeeld wordt: sommige mensen beschikken over een vrijgeleide: ze verklaren aan de anderen dat zijzelf belangrijker taken vervullen, waardoor ze van zorg moeten vrijgesteld worden.  Deze taken liggen bv. in productie of bescherming.  De tweede feministische golf heeft dit probleem niet aangepakt: vrouwen werden in de politieke economie gedrongen.

In de werkelijkheid wordt zorg gekarakteriseerd door machtsdynamieken en bijgevolg door conflict. Omdat de mensen interdependent zijn, moeten we ons leven zien in het kader van verantwoordelijkheden, in  plaats van verplichtingen.

Conclusie:  de vrije markt is utopisch, democratische zorg mag dan wel wanordelijk (messy) zijn, en niet vrij zijn van problemen, toch is ze meer realistisch.  Nadenken over zorg dient dus te gebeuren via een politiek discours. 

Frans Vosman, Rewiring the ethics of care

(Prof. Frans Vosman, Universiteit voor Humanistiek, Utrecht)

De onderzoekers over zorgethiek in Utrecht, delen veel met Joan Tronto.  We zien zorgethiek als een politieke ethiek, niet als een professionele of als een toegepaste ethiek.  Zorg is een praktijk die onze wijze van samenleven bepaalt.  Zorgpraktijken zijn een manier om de samenleving te ordenen.  Praktijken vormen een samenhang van activiteiten en wijzen van spreken (bundles of doings and sayings).  Wat we gemeenschappelijk hebben is het uitgangspunt dat zorgethiek een politieke ethiek is.

In hun boek "Une monde sans pitié" vragen Claire Compagnon en Thomas Sannié zich af wat het betekent een burger te zijn in  het ziekenhuis.  Hoe verhoudt bv. de ervaring van drie uur in pijn en onzekerheid te moeten wachten op een spoedafdeling zich tot de ervaring van het burgerschap.  Waarom worden bijvoorbeeld in dat geval de pijnprocedures niet toegepast.  De focus op het menselijk lijden is in het ziekenhuis verloren gegaan.  Het patiëntperspectief verschilt totaal van het zorgverlenersperspectief.  De regels van goede zorg worden vaak niet toegepast:  ze lossen op in de werking van de organisatie.

Ziekenhuizen worden volgens Compagnon en Sannié gekenmerkt door een stijgende complexiteit.   De managers die tussen de zorgverleners en het topniveau functioneren, worden in een hoog tempo gewisseld, als ze niet aantonen dat ze de capaciteiten hebben om de zaken onder controle te houden.  Elektronische patiëntendossiers en procedures om dienstroosters op te maken, nemen zeer veel tijd in beslag.  Er dienen totaal verschillende logica verzoend te worden.  Lean-denken en financieel beheer nemen enorm veel tijd in beslag.  De focus ligt op snelheid en efficiëntie, niet op het doel van de zorg.  Managers die niet aan de vereisten voldoen, worden vervangen, waardoor er heel wat mankracht verloren gaat.  Alles wordt gekaderd in een HR-jargon, niet in een politieke ethiek.  De "houdbaarheidsdatum" van het management is een sleutelwoord, men is voortdurend onzeker over zijn positie.

Het begrip precariteit ("precarity") is daarbij een heuristische notie die gehanteerd kan worden om te verklaren wat er omgaat in een institutionele ruimte.  Het begrip duidt aan dat men onzeker is over zijn huidige en toekomstige positie.  Dit is een politiek ethisch concept, dat ervan uitgaat dat de burgers zich bevinden in een onzekere positie in de gemeenschap.  Een zorgethiek moet dit onderzoeken. Het concept verantwoordelijkheid, dat Joan Tronto hanteert is dus onvoldoende, het moet met het concept van precariteit worden aangevuld.  Politieke precariteit is een toestand waarbij mensen onzeker zijn in het politieke systeem.

We hebben nood aan een heuristisch fenomenologisch concept om zorg te benaderen.  Precariteit is daar een van.  Joan Tronto stelt het begrip verantwoordelijkheid centraal.  Daarbij wordt echter onzekerheid uit het oog verloren.  We hebben nood aan heuristische concepten die radicaal vanuit de zorgpraktijk bedacht worden.

Discussie


• De gedachte dat ziekenhuizen winstgevende bedrijven zijn, moet in vraag gesteld worden: heden staan de ziekenhuismanagers onder enorme druk om resultaten voor te leggen.
• Complexe organisaties worden bepaald door hun interne structuur.  De vraag is hoe je dat in overeenstemming brengt met de idee van democratie.
• Weber gaat ervan uit dat dit  niet geïntendeerde gevolgen zijn van een bureaucratisch systeem.  Tronto:  daar ben ik niet van overtuigd:  Marcuse stelt dat mensen systemen creëren.
• We kunnen niet buiten systemen, maar we kunnen ze wel in vraag stellen om ze meer menselijk te maken
• J. Tronto stelt dat er geen goede zorg mogelijk is in een disfunctionerende samenleving, maar je kan wel kwaliteitsvolle zorg hebben, zonder een eerlijke distributie.
• Praktijken hebben een doel nodig, maar goede praktijken hebben hun doel in zichzelf. Telos moet begrepen worden als een vooraf gegeven doel.  We kunnen telos niet uit het zorgethisch denken weren, maar het blijft wel een open concept.  Dit staat los van verplichtingen of verantwoordelijkheden.  Telos zit in de praktijk zelf, niet in de woorden van de CEO.
• Had J. Tronto de zorgorganisatie  in de Noordelijke Europese staten in het oog toen ze haar boek schreef?  Zij stelt dat ze dat niet exclusief voor ogen had.  Bovendien stelt ze dat ook deze landen meer naar het neoliberalisme neigen.
• Aan Tronto:  je vertrekt vanuit en kritiek op het kapitalisme en stelt daar verantwoordelijkheid als alternatief tegenover.  Maar je blijkt problemen van organisatie en technologie uit het oog te verliezen.  Antwoord;  zorg is een ding, een andere vraag is: wat is een goede organisatie.  Democratie is gunstig voor zorg, maar zorg is ook een belangrijk element in een goede democratie.  Echt democratische praktijken verbeteren de zorg.  Je kan de organisatie niet van de zorg scheiden.  Zorg is genest in een hele serie van praktijken.  Frans: er is niet zo iets als een logica in de organisatie.  Organisaties worden niet vanuit een logische argumentatie opgebouwd: ze zijn chaotisch (disordered) opgebouwd.  Ze zijn constant instabiel.   Managers worstelen voortdurend met complexiteit.  Ze gebruiken nooit de taal van de zorgethiek.
• Vraag aan Joan:  waarom neem je geen politiek (links) standpunt in.  Antwoord:  ik ga er niet van uit dat we boven de ideologie staan.  Ik ben een links denker, maar linkse partijen bestaan niet in de USA.

Boekpresentatie: Moral boundaries redrawn, two decades of thinking about care.


Dit komt later in deze blog aan bod.


Na de middag werden op beide congresdagen workshops georganiseerd.  In het totaal waren er acht voorzien, waarvan ik er vier heb bijgewoond.

Workshop: Rendering Care the Meaning of Politics.


(Moderator: Jorma Heier, Osnabrück universiteit, Duitsland).  Tijdens deze workshop werden 4 inleidende papers gepresenteerd en bediscussieerd.

Fabienne Bruyère (Universiteit van Bordeaux), stelde dat zorg centraal staat in het menselijk leven, maar ondergewaardeerd is.  Zorg is een universeel aspect van ons leven, daarom moet het gedragen worden vanuit een politiek concept, waarbij de grens tussen markt en staat moet worden vastgelegd.  Tussen het politieke denken over zorg en zorgethiek is er een verband,  Bijgevolg kan zorgethiek niet zonder een denken over gelijkheid en een zorgende democratie.
Taking care en caring for (zie artikel over Moral Boundaries) ondermijnen het klassieke liberale concept van het individu als fundamenteel onafhankelijk eigenaar van zichzelf.  We moeten de mens zien als een fundamenteel kwetsbaar, relationeel wezen.  Giligan stelt twee soorten ethiek naast elkaar: rechtvaardigheidsethiek en zorgethiek.  Zorgethiek verbindt zij met een feministische ethiek, die staat voor een democratische samenleving, gebaseerd op gelijkheid tussen stemmen.  Dit vergt een moraal gebaseerd op het particuliere in plaats van op het universele.  Er is nood aan een echte democratische band, die het kwetsbare niet uitsluit.  Zorg moet gelijkheid promoveren, maar dat moet op een empiristische en niet op een idealistische manier gebeuren: door te interveniëren in praktische zaken.

Viv Bozalek (University of the Western Cape, Zuid Afrika) sprak over "Privileged irresponsitility als drempel om een betekenisvol leven in een rechtvaardige samenleving te bekomen", aan de hand van een praktijkvoorbeeld in haar universiteit.  Het begrip "privileged irresponsibility" werd door Joan Tronto geïntroduceerd (zie artikel over moral boudaries).  Het duidt aan dat bepaalde groepen in de samenleving  worden vrijgesteld van de verantwoordelijkheid in het zorgen voor anderen.  Daardoor krijgen zij een verdraaid beeld van de werkelijkheid. Volgens Plumwood is dit gebaseerd op (1) "backgrounding":  gebruik maken van de ander maar tegelijk de afhankelijkheid van de ander ontkennen; (2) radicale uitsluiting en absolute onderscheiding van de ander, waarbij de verschillen met de ander worden gemaximaliseerd en de gemeenschappelijke eigenschappen worden geminimaliseerd; (3) incorporatie: de dominante pool wordt als referentiepunt genomen en de inferieure pool wordt genegeerd; (4) instrumentalisatie, waarbij de ander als middel wordt gebruikt en (5) homogenisatie en stereotypering, waarbij aan de andere pool tot een vooronderstelde "natuur" wordt herleid.  (bv. "Een vrouw is van nature een zorgend wezen.")  De studenten van de University of the Western Cape werden tijdens een van hun vakken betrokken in een ervaringsgericht project met als doel om deze bevoorrechte onverantwoordelijkheid in hun leven te herkennen.

Selma Sevenhuysen (Emeritus hoogleraar universiteit Utrecht) sprak over "Care & attention".  Aandacht is een relevant onderwerp voor een breed scala van zorgpraktijken.   Een gebrek aan aandacht van de ouders bijvoorbeeld, kan een kind tekenen voor de rest van zijn leven.  Het is ook een van de centrale punten in het denken van Joan Tronto:  attentiveness of aandachtigheid is voor haar een van de vier essentiële elementen van goede zorg.  Het staat in verband met de eerste fase van de zorgethiek:  oog hebben voor (caring about).  Attention komt van "attendere": wachten of houden.  Wachten staat voor het opschorten van de eigen vooronderstellingen en bekommernissen.  Houden staat voor het onderbreken van de eigen doelen en ambities om aandacht aan anderen te besteden.  In heel wat zorgverleners zit een verborgen zorgvrager die zelf om aandacht vraagt.  Daardoor kan men niet openstaan voor de nood van anderen en dreigt een proces te ontstaan dat in de psycho-analyse "tegenoverdracht" wordt genoemd: daarbij worden mensen benaderd en beoordeeld vanuit de behoeften van de zorgverlener.  Aandachtigheid bestaat uit verschillende activiteiten:  presentie (er zijn voor de ander), zien, actief en zorgvuldig luisteren, bedachtzaam spreken, onze intuïtie volgen, betrouwbaar zijn, diversiteit erkennen, de uniciteit van de ander zien, bereidheid om fouten toe te geven.  Iemand wassen, kleden of voeden kan louter als arbeid gezien worden.  Het is maar door de aandacht dat het zorg wordt.  Tot slot werkt aandachtigheid niet alleen in nabije relaties.  Ook politieke activiteit is maar zinvol als ze vanuit aandacht vertrekt.

Sophie Bourgault (Universiteit van Ottawa, Canada) sprak over "zorgende bureaucratie".  Zorg wordt vaak uitgeoefend via grote bureaucratische  instituties.   De vraag is dus of een zorgende bureaucratie mogelijk is.  Zoals reeds elders werd gezegd, bestaat er een spanning tussen zorgethiek en zorgpolitiek.  De eerste denkt gepersonaliseerd, de tweede vertrekt van universele principes.  Er is dus ook een zekere dissonantie tussen de bureaucratie, als organisatievorm bij uitstek van een democratische samenleving, en zorg.  Het is nodig om deze spanning te erkennen.  Het is echter ook zo dat de ideaaltypische beschrijving van de bureaucratie door Max Weber een arme beschrijving is.
De spanning tussen bureaucratie en zorg heeft twee belangrijke aspecten:  de bureaucratie creëert teveel regels en heeft te weinig tijd veil voor goede zorg.  Zorg is van zichzelf zeer tijdsintensief.  Maar anderzijds is de bureaucratie ook een beveiliging tegen de "tirannie van structuurloosheid" (Jo Freeman): formele procedures zijn ook een beveiliging tegen willekeur, wat voor vrouwen een voordeel is.  Bijgevolg is het niet het aantal regels dat het probleem vormt, maar de mate waarin de bureaucratie tijd voorziet voor zorg.  Bureaucratische instituties werken op basis van algemene regels, maar zorg vereist dat er aandacht is voor het individu.  De bureaucratie heeft vooral aandacht voor efficiëntie in plaats van voor het individu.  Om de spanning tussen beide polen te bemeesteren, moet men meer aandacht besteden aan aanwerving en training van functionarissen: zij moeten beschikken over morele vaardigheden om in hun oordelen een evenwicht te vinden tussen aandacht voor context en menselijke relaties enerzijds en abstracte en universele regels anderzijds.
Daarom heeft een zorgende democratie vijf essentiële kenmerken. (1) hybride machts- en besluitvormingsstructuren, uitgaande van een georganiseerde dissonantie (K Ashcraft).  Er moet een voortdurende dialectische verhouding bestaan tussen beide polen. (2) Een hoge graad van aandachtigheid en ontvankelijkheid (attentiveness & responsiveness): ambtenaren die kunnen luisteren en agentschappen die ontvankelijk zijn voor de noden van de hulpvragers. (3) Situationele en relationele besluitvorming en dienstverlening.  Een zorgende bureaucratie moet tijd en ruimte creëren voor zorg, op basis van zowel cognitieve als emotionele vaardigheden.  Aristoteles noemt dit phronesis: een soort van praktische wijsheid gericht op deugd die gebaseerd is op kennis van het particuliere.  (4) Een aanwervings- en promotiebeleid, gericht op competentie en verantwoordelijkheid.  Dit is in het voordeel van de vrouwen. (5) Pluraliteit en flexibiliteit. 

Workshop: Demarcation the ethics of care as a discipline. 


Moderator: Helen Kohlen (Universiteit van Vallendar, Koblenz, Duitsland)

Inleidende paper

Zorgethiek is maar enkele decennia oud, ontstaan vanuit diverse wortels:  feministische ethiek, morele theorie, theologie, filosofie.  Ze vertrekt van de private sfeer, maar heeft uitlopers in recht, politiek leven, internationale verhoudingen, verpleging en geneeskunde en organisatie van de samenleving.  Bijgevolg is er nood aan een sterke discipline en een duidelijke identiteit.  Er moet met andere disciplines worden samengewerkt, wat tot bepaalde spanningen aanleiding geeft.  Daarom is duidelijkheid nodig.  Een discipline heeft vijf kenmerken: een duidelijk onderzoeksobject; een geheel van geaccumuleerde specialistische kennis, specifiek voor deze discipline; theorieën en concepten die deze kennis organiseren; een specifieke terminologie; specifieke onderzoeksmethoden en een verankering in universiteiten.
Specifiek aan zorgethiek is dat het onvermijdelijk een multidisciplinaire aangelegenheid is, gekenmerkt door een sterke ethische nadruk op het relationele en op menselijke interdependentie.  Zorgethiek denkt sterk contextgebonden en situationeel, het is een politieke ethiek gezien het gaat over rechtvaardigheid in een goede samenleving en er is sprake van een sterke verwevenheid van ethische en empirische kennis.  Deze ontstaan in relatie met elkaar: het goede ontwikkelt zich in goede praktijken.  In die zin is zorgethiek intradisciplinair:  alle relevante kennisbronnen, ook uit de zorgpraktijk, worden in een coherente discipline gecombineerd.

Op basis van deze paper ontstond een levendige discussie.  Er zijn verschillende standpunten over dit probleem.  Sommigen zien zorgethiek als een onderscheiden discipline anderen ontkennen dit.  Weer anderen zien het als een vorm van deugdethiek of als een politieke theorie.  Het lijkt er in zekere zin op dat er eigenlijk geen sprake is van een eigen discipline, maar anderzijds is het dan weer de vraag is of dit wel een probleem is.  Sommige deelnemers stelden voor om het als een interdisciplinaire benadering te zien, niet als een welomschreven discipline.  Er werd ook opgemerkt dat het onderscheiden van een discipline ook een machtsinstrument kan zijn, waardoor een aantal meningen uitgesloten worden.  Dit zou zelfs het gevaar inhouden dat zorgethiek ideologische trekken krijgt. 
Maar anderzijds werd opgemerkt dat het aflijnen van een discipline ook tot een vorm van erkenning in de academische wereld leidt.  Dit heeft ook te maken met het beschikbaar stellen van fondsen.  Meer inhoudelijk kan bovendien gesteld worden dat onderzoek maar kan gebeuren vanuit een concept.  In de academische wereld kan het dus nodig zijn om een discipline af te lijnen.

Dag 2


Carol Ryff Meaning, ageing and health: humanistic contributions to better lives and better societies


Prof. Carol Ryff, Universiteit van Winconsin, Madison

De kerndimensies van psychologisch welzijn zijn: een doel in het leven, beheersing van de eigen omgeving, positieve relaties, autonomie, persoonlijke groei en zelfaanvaarding.  Op die moment zijn er meer dan 350 wetenschappelijke schalen die welzijn beogen te meten.
Menselijke veerkracht (resilience) is de capaciteit om gezondheid en welzijn te behouden of te herwinnen.  Ouder wordende personen vertonen meer kwetsbaarheid, maar het blijkt dat sommige personen meer veerkracht hebben dan andere.  Mensen die een levensdoel hebben, blijken langer te leven en een kleiner risico op Alzheimer te hebben.  Het blijkt zelfs samen te hangen met een verkleind risico op hartproblemen.  Voor oudere mensen is vrijwilligerswerk daarbij een belangrijke stimulerende factor.
Er is ook een verband tussen opleiding en welzijn.  Mensen met een hogere opleiding hebben gemiddeld een hoger gevoel van welzijn.  Dit uit zich onder meer in de aanwezigheid van "Interleukin-6", een eiwit dat een belangrijke indicatie is voor onder meer cardiovasculaire problemen.  Gemiddeld hebben mensen met een hogere opleiding een lagere graad van interleukin-6 in hun bloed, wat dus wijst op een lager risico voor onder meer cardiovasculaire problemen, kanker, reuma, osteoporose en Alzheimer. 
Dit blijkt ook uit hersenonderzoek: personen met een hoger persoonlijk welzijn hebben minder negatieve stimuli in de hersenen.  Dit kan worden gestimuleerd door cognitieve gedragstherapie.  Het is belangrijk om dit reeds preventief te organiseren in het onderwijs.  Een studie betreffende jonge meisjes in Italië, toonde aan dat deze reeds een hoger risico op depressie
Conclusie:  eudaimonisch welzijn is waardevol.  Het vergroot het menselijk weerstandvermogen zodat het leidt tot een betere gezondheid in het latere leven.

Peter Derkx, Humanism and meaning in life


Prof. Peter Derkx (Universiteit voor humanistiek)

Het begrip humanisme krijgt verschillende invullingen: atheïsme, niet-dogmatische religie, levenshouding, wereldbeeld, visie op opvoeding, ethische attitude, maar het wordt best begrepen als een betekeniskader.  De kerncomponenten van het humanisme zijn:
1. Een wereldbeeld is een context-afhankelijk menselijk product. (Maar een religie is dat ook.)  Men interpreteert altijd: het is een menselijke overtuiging.  Humanisme is niet noodzakelijk atheïsme.
2. Alle mensen dienen elkaar te behandelen als gelijken, met menselijke waardigheid.
3. Mensen worden horen te streven naar zelfvervulling.  Men heeft een morele plicht tegenover zichzelf om de eigen talenten te ontwikkelen.
4. Liefde voor specifieke, unieke, kwetsbare en onvervangbare individuen is van het grootste belang.  Individuen mogen niet opgeofferd worden omwille van een betere toekomst.

Betekenis staat in verband met verbondenheid.  Dit staat ook in de keten verleden - heden - toekomst.

Van Praag (1978) stelt dat samenhang van levenservaringen de zin van het leven uitmaken.  Baumeister spreekt van "needs for meaning": (1) Een  levensdoel (Frankl 1945). (2) Morele waarde (morele  rechtvaardiging). (3) Zelfwaarde. (4) Competentie en controle. (5) Begrijpelijkheid, een gevoel van coherentie, interpretatieve controle, begrijpen wat er met je gebeurt. (6) Verbondenheid, contact, veiligheid, met mensen of de natuur.  Dit is niet noodzakelijk sociaal. (7)  Verwondering, nieuwsgierigheid.  Als het leven vervelend is, hebben mensen niet het gevoel dat het zinvol is.

Er is een grote hoeveelheid onderzoek verricht over welzijn, niet over betekenis.  Onderzoek over subjectief welzijn is theorie-arm, vertrekkend van een hedonistisch vertrekpunt, maar dit is vertaald in een grote hoeveelheid empirisch onderzoek.
Het werk van Carol Ryff en anderen is gebaseerd op psychologisch welzijn vanuit een eudaimonisch standpunt.  Het integreert verschillende filosofische en psychologische theorieën en is vertaald in een heleboel empirisch onderzoek.  Het gaat over levensdoelen, autonomie, persoonlijke groei, beheersing van de omgeving, positieve relaties met betekenisvolle anderen, zelfaanvaarding.

De relatie tussen Carol Ryff's theorie en de theorie van betekenisvol leven (van Derkx) kent veel overeenkomsten maar ook een aantal verschillen. Beide spreken over een doel in het leven.  Automomie bij Ryff komt overeen met competentie, begrijpbaarheid en controle bij Derkx.  Persoonlijke groei bij Ryff komt overeen met een een levensdoel en morele waarde bij Derkx. Beheersing van de omgeving met competentie, positieve relaties en zelfaanvaarding met verbondenheid, zelfwaarde en zelfaanvaarding.  Morele waarde en rechtvaardiging bij Derksen komt niet overeen met iets uit de theorie van Ryff, het is bij haar meestal afwezig of impliciet.  Het is duidelijk dat zij een morele fundering heeft, maar deze is impliciet.  De reden daarvan is dat bij psychologische therapie, morele vragen meestal weinig behulpzaam zijn. Zelfaanvaarding is de basis voor een gezonde ontwikkeling.   Maar meestal is er een evenwicht nodig tussen tegengestelde motieven of noden.  Bijvoorbeeld: handelingsmogelijkheden versus gemeenschap, autonomie versus verbondenheid, zelfaanvaarding versus morele waarde of morele rechtvaardiging.  Voor een betekenisvol leven is het noodzakelijk dat iemands leven moreel verdedigbaar is.  Heel wat psychologen benadrukken het belang van Victor Frankl, maar spreken niet over zijn moreel standpunt.

Maar:  men kan niet buiten de discussie sein versus sollen, is  versus ought.  Als een groot aantal mensen slavernij of vervolging van homoseksuelen aanvaarden, dan betekent dit nog niet dat deze moreel aanvaardbaar zijn.  Maar er is geen absolute morele rechtvaardiging, zoals er ook geen absolute wetenschappelijke waarheid is.  Al wat we kunnen doen, is ons best doen om morele posities, te onderzoeken, op empirische en intersubjectieve argumenten.  Volgens Frankl en Van Praag kunnen mensen betekenis vinden in het leven, in alle omstandigheden, hoe erg deze ook zijn, maar dat mag geen excuus zijn om onleefbare omstandigheden niet te verbeteren.  Religies die het lijden voor mensen draaglijk willen maken zonder dit te willen veranderen, zijn onaanvaardbaar.  Men moet mensen helpen om te gaan met het lijden als dat onvermijdelijk is, maar men moet het verminderen wanneer dat mogelijk is.

Discussie


Ethische problemen versus. onderzoek.  Peter Derckx: een van de voordelen van het utilitarisme is dat het bezig is met de gevolgen van het handelen.  Deontologische ethiek doet dat niet.  Daarom kan je utilitarisme gemakkelijker met ethisch onderzoek verbinden.   Ook in de politiek gaat het om gevolgen.

Betekenis is niet hetzelfde als welzijn.  Er is een zekere overlapping, maar ze zijn wel verschillend.  Empirisch onderzoek moet dus andere problemen bestuderen.  Carol Ryff:  ik ben niet overtuigd van dat verschil. Ik heb mijn model ontwikkeld met het oog op empirisch onderzoek.  Wetenschap kan een effectief hulpmiddel zijn om verandering te initiëren.   Het gaat niet om het verschil tussen psychologie en ethiek, het moet communicatie tussen beide zijn. Traditioneel wordt betekenis geconceptualiseerd vanuit het standpunt van het individu.  Het relationele maakt het complexer.

Betekenis gaat in belangrijke mate over coherentie, maar als deze verstoord wordt, dan  is betekenis ook zeer belangrijk.  In dat geval gaan mensen op zoek naar een nieuwe coherentie.  Coherentie is niet alleen belangrijk voor theoretici, maar ook voor alle menselijke wezens.

Carol Ryff:  psychologie bestudeerde disfuncties, ontwrichting, emotionele stoornis (distress)  Onderzoek over welzijn wilde dat veranderen, er was daarvoor geen behoefte aan een diepere ethische fundering.

Van de 6 componenten (Ryff) zijn sommige belangrijker dan andere, maar het is niet nodig om een finale lijst te krijgen.  Er is niet noodzakelijk een hiërarchie.  We moeten begrijpen wat er in het leven van de mensen gebeurt.  Afhankelijk van de context waarin mensen leven, kan dit verschillen.  Zinvol leven houdt niet noodzakelijk dingen doen in.  Het kan ook inhouden dat men reflecteert over het leven

Wat met weerbaarheid in een onrechtvaardige wereld? Peter Derckx: "Het is uw verantwoordelijkheid om weerbaar te zijn" is een neoliberaal liedje.  Weerbaarheid is niet een verantwoordelijkheid van individuen alleen.  De samenleving moet daar ook zorg voor dragen.  Carol: Dit is geen onderzoek om het idee van gelukkige slaven te funderen.  Een belangrijk probleem dat we moeten oplossen is:  mensen uit armoede halen, ongelijke verdeling van middelen enz.  Maar we moeten niet wachten tot de rechtvaardige samenleving eraan komt.  In tussentijd is er de kracht van het individu om weerbaar te zijn.  Weerbare mensen zijn inspirerend.

Workshop: The art of living, Autonomy and well-being across the lifespan 


Moderator:  Prof. Gerben Westerhof (Universiteit van Twente, Nederland)

Tijdens deze workshop werden een aantal voorbereidende papers voorgesteld

Prof. J. Dohmen  sprak over levenskunst en het morele debat.   M. Foucault ziet het leven als een kunstwerk, autonomie is dan belangrijker dan zorg.  Zelfzorg en levenskunst zijn voor Foucault geen oppervlakkige vorm van zorg, maar gaan over relationele autonomie.  Levenskunst is een relatie onderhouden met zichzelf (rapport à soi), vrijheidspraktijk, zelfzorg.  Na Foucault ziet Peter Bieri de wil als hermeneutiek van de lust.  Taylor nuanceert dit:  evaluatie van de lust is belangrijk, maar de vraag is: welke evaluatie.  Onze evaluaties zijn geen keuze, maar articulaties van wat waardevol is.  Ze zijn een uiting van het concept van verantwoordelijkheid.  Het zijn dus sterke evaluaties:  een breed gearticuleerde zin van wat essentieel belangrijk is.
Margaret Urban Walker spreekt over het ideaal van het autonome individu als over "the worst fiction of modernity", omdat het verwijst naar een "carrière zelf", een persoon met een alomvattend, rationeel geordend, individueel levensplan.  Maar de meeste mensen zijn geen carrière-mensen.  Mensen zijn ingebed in netwerken, ons leven ontwikkelt zich in wederzijdse afhankelijkheid en kwetsbaarheid.  Het is gefragmenteerd en discontinu.  Zorgethiek gaat dus voor Margaret Urban Walker niet over autonomie, maar over zorg en verantwoordelijkheid.
Maar voor J. Dohmen heeft zij ongelijk.  De ethiek van zelfzorg vertrekt van de morele daadkracht van het individu.  Zorg moet vertrekken van de autonomie van het individu, waarbij autonomie niet alleen moet gezien worden als negatieve vrijheid, maar ook als positieve vrijheid.   Zorg is alleen waardevol als ze het resultaat is van een sterke evaluatie van het individu binnen zelfzorg, anders wordt het een dogmatisch en paternalistisch gebeuren.

Prof. G. Westerhof sprak over reminiscentie en life review.  Reminiscentie staat voor het verzamelen van persoonlijke herinneringen.  Life review verschilt van reminiscentie in die zin dat het ook over negatieve ervaringen gaat:  het is een proces waarmee mensen met zichzelf in het reine trachten te komen met het oog op het levenseinde.  De reminiscentie functies schaal (RFS) onderscheidt 8 verschillende functies: (1) conversatie, wijsheid doorgeven aan andere generaties; (2) informeren van anderen; (3) probleemoplossing; (4) intimiteit delen met zijn naasten; (5) verveling reduceren; (6) voorbereiden op de dood; (7) identiteitsconstructie en (8) herbeleven van negatieve ervaringen (bitterness revival).  Deze verschillende functies leiden tot verschillende resultaten:  sociale functies kunnen het geluksgevoel in de hand werken, doodsaanvaarding, identiteitsconstructie en probleemoplossing kunnen de mentale gezondheid stimuleren, maar het herbeleven van negatieve ervaringen en vervelingsreductie kunnen ook een negatieve invloed op de mentale gezondheid hebben.  Reminiscentie en life review kunnen dus effectief zijn in het promoveren van het psycho-sociaal functioneren van oudere volwassenen, maar er is nood aan meer onderzoek.
Narratieve psychologie helpt mensen een verhaal te vertellen over het eigen leven zodanig dat ze in hun persoonlijk leven een doel en een eenheid kunnen construeren.  Mensen construeren zich een narratieve identiteit: de betekenis van het leven wordt geconstrueerd door gebeurtenissen in een narratieve plot te ordenen.  Er worden daarbij twee soorten plots onderscheiden:  bevrijdende plots zorgen ervoor dat negatieve ervaringen worden geborgen door het positieve dat erop volgt, bijvoorbeeld door te analyseren wat men ervan heeft geleerd; contaminerende plots maken positieve ervaringen negatief.

Dr. A. Sools sprak over narratieve toekomstverbeelding.  Crisis en verandering zijn een karakteristiek voor de condition humaine.  Bovendien is er sprake van een stijgende complexiteit: de snelheid waarmee de wereld verandert, stijgt voortdurend.  Het concept "resilience" (veerkracht) is ontwikkeld in antwoord op de klassieke deficiëntiemodellen in de gezondheidszorg. Veerkracht is geen individuele eigenschap, maar ontstaat in dynamische interactie met de omgeving.  Dit wordt in verband gebracht met narratieve psychologie: deze neemt het vertellen van verhalen als basismetafoor voor menselijk denken en actie.  Onze gevoelens en onze wil hebben maar betekenis in het licht van de toekomst, net als keuze, planning, doelgerichtheid, enz.  A. Adler stelde dat ons psychisch leven toekomstgericht is.  Ook fictie is daarbij belangrijk: zonder verbeelding zijn noch wetenschap, noch hogere levensvormen mogelijk.  Volgens Adler is ons gedrag gedetermineerd door een onbewust doel, een beeld van de toekomst dat gedeeltelijk in het verleden is gevormd.  Maar in een snel veranderende wereld wordt dit problematisch omdat de ervaring uit het verleden onvoldoende houvast geeft om de toekomst te voorzien.  Bovendien blijkt uit recent neurofysiologisch onderzoek dat onze bewustzijn zwak is uitgerust om om te gaan met complexe processen, bijgevolg spelen onbewuste processen een grote rol.  Adler en zijn navolgers gaan echter uit van een lineaire tijdsopvatting.  Men kan de tijd echter ook zien als een complexe tijd.  Volgens Melges heeft tijdsgevoel drie componenten:  duur en tempo; opeenvolging en temporele oriëntatie (retrospectief, prospectief of gericht op het heden).  Op basis daarvan ontwikkelt de mens een persoonlijke innerlijke toekomst.  Een aantal psychische problemen (psychose, depressie, neurose, ...) zijn het gevolg van storingen in deze persoonlijke innerlijke toekomst.  Men kan zich op verschillende manieren een toekomst verbeelden: door verwachting (passief,op basis van extrapolatie van het verleden) of door anticipatie (actief,op basis van creatieve verbeelding).   Door het ontwikkelen van anticiperende capaciteiten verhoogt de veerkracht van het individu.  Er is echter geen verband tussen de kwetsbaarheid van het individu en zijn innerlijke veerkracht.  Mensen in zeer traumatische situaties kunnen desondanks toch een innerlijke veerkracht behouden.  A. Antonovski heeft dit onder meer onderzocht bij Holocaust-slachtoffers.  Hij kwam tot de vaststelling dat er in het denken rond gezondheidszorg twee bijna tegengestelde referentiekaders bestaan: De salutogenic approach is gefocust op de oorzaken van gezondheid, terwijl de dominante pathogenic approach zich vooral toespitst op de oorzaken van ziekte.  Antonovski stelt dat mensen die veel veerkracht hebben, in regel ook een hoge SOC-score hebben.  SOC staat voor sense of coherence:  een globale oriëntatie die uitdrukt of iemand een standvastig, maar dynamisch vertrouwen heeft dat stimuli uit de omgeving gestructureerd, voorspelbaar en verklaarbaar zijn; dat de hulpbronnen waarover men beschikt betrouwbaar zijn om met deze stimuli om te gaan en dat deze vereisten uitdagingen zijn die aanzetten tot investering en engagement.  Een hoge SOC-score is gerelateerd met een goede gezondheid, maar komt ook voor bij personen in zeer kwetsbare situaties. Tot slot werd een concrete werkvorm voorgesteld om narratieve toekomstverbeelding te stimuleren: men laat mensen brieven schrijven vanuit een denkbeeldige toekomst naar een persoon in het heden, evt. zichzelf.

In een andere paper werd eveneens ingegaan op de twee verschillende referentiekaders in de gezondheidszorg.  De klassieke definitie van gezondheid van de WHO is gericht op homeostase.  Verduin stelt een alternatief voor: gezondheid wordt daarin gedefinieerd als het steeds opnieuw kunnen realiseren van een totaal welbevinden in een radicaal veranderend bestaan.  Basis voor dit welbevinden is een actief aanvaarden van en aanpassen aan ouderdomsgebreken, chronische ziekten en aandoeningen, sterven en dood in ieder leven, op elk moment.  Omdat het bestaan veranderlijk is, is heterostase een beter uitgangspunt dan homeostase.  Dit gaat terug op het begrip "grote gezondheid" bij Nietzsche: gezondheid als realisering van het grote bestaan in een individuele levensvorm.  Behoudende gezondheid (pathogenic approach bij Antonovski) staat voor homeostase, terugkeer naar het normale, "kleine" gezondheid,  een toestand, gezondheid hebben en afwezigheid van pijn en ziekte.  Creërende gezondheid (salutogenic approach) staat voor heteostase, uitstijgen boven het normale, "grote gezondheid", proces/activiteit, gezond leven, omgaan met lijden en tegenslagen.  Narratieve psychologie ziet de mens als verhalenverteller, sommige narratieve psychologen gaan zelf zover te beweren dat de identiteit alleen bestaat bij gratie van de verhalen ie de mens over zichzelf vertelt.  De werking van deze verhalen geldt echter voor beide referentiekaders: verhalen die de status quo bevestigen staan naast verhalen die gericht zijn op realisering van de veelvormigheid van het bestaan en het openen van nieuwe mogelijkheden.

Discussie

J. Dohmen: Zelfzorg is belangrijk voor zorg, omdat men niet voor anderen kan zorgen, als men niet ook goed voor zich zelf zorgt.  Een subject moet kunnen overwegen wat voor hem belangrijk is in een gegeven situatie.  Dit is de essentie van zelfzorg, als je dat bestrijdt, dan ben je verkeerd. De meeste therapie vertrekt van het negatieve.  Nochtans streven alle mensen naar geluk en  eudaimonia. In de aandacht voor het lijden zit er een christelijk element.

De vraag is of een politieke agenda is in narratieve psychologie:  is er niet een negatie van de sociale structuren?  Het is belangrijk om de menselijke veerkracht te vergroten en hen te leren hun situatie te interpreteren.  Men kan ook in kwetsbare situaties kracht ontwikkelen.  positieve psychologie gaat niet enkel over het positieve, het gaat vooral over zingeving en de manier hoe men de confrontatie met negatieve ervaringen aankan.  het gaat over streven naar welzijn en zelfzorg.  Maar er zijn heel wat verschillende benaderingen binnen de positieve psychologie.

Workshop: reconstructie van de tijd aan de hand van romans.


Door je verhaal te vertellen breng je lineariteit aan in je leven.  Je geeft de discontinuïteit een plaats.    Een coherent levensverhaal staat voor een coherent zelf.  Ook al is het zelf niet vaststaand, toch geeft een narratieve constructie rust.  We maken onze identiteit door ons levensverhaal.  Dit beleven we ook in de literatuur.  In deze workshop werd dit geïllustreerd aan de hand van een aantal romans.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten