woensdag 4 december 2013

Voordracht Carol Gilligan (VUB, 21 november 2013)


Samenvatting 

 

Inleiding door Gily Coene


Prof. Gily Coene stelde in haar inleiding dat Carol Gilligan dit jaar een eredoctoraat heeft ontvangen aan de VUB, wat een goede reden was om haar voor deze voordacht uit te nodigen. Van opleiding is Carol Gilligan psychologe. Desondanks heeft ze een grote invloed gehad om het ethische denken, voornamelijk door haar onderzoek naar de morele ontwikkeling van meisjes en jonge vrouwen, waarover zij schreef in haar boek “In a different voice”. Het dominante ethische denken gaat zeker sedert Kant uit van een universeel rechtvaardigheidsperspectief. Carol Gilligan stelt daar een contextueel gericht zorgperspectief tegenover.

Voordracht door Carol Gilligan


Carol Gilligan stelde voor om tijdens haar uiteenzetting de geschiedenis te schetsen, waaruit haar denken is voortgekomen.

In de zeventiger werden intense debatten gevoerd over ethische en morele problemen, zoals bijvoorbeeld discussies over de civil rights movement (M. L. King), de oorlog in Vietnam, nucleaire wapens, vrouwenemancipatie, enz. Tegen de achtergrond van deze discussies werd haar denken gevormd.

Zij begeleidde in die tijd onder meer gespreksgroepen met studenten. Daarbij viel het haar onder meer op dat velen tegen de oorlog in Vietnam gekant waren, maar zodra de discussie ging over de dienstplicht, bleek dat jonge mannen daar niet over wilden spreken. Voor hen was dat een particulier moreel dilemma, verbonden met persoonlijke gevoelens en angsten. Spreken over relaties en gevoelens was voor hen een vrouwenzaak en bijgevolg getuigde dit niet van een hoge morele ontwikkeling. Bijgevolg diende men daarover te zwijgen. Het gevolg was dat er een grens werd getrokken tussen theoretische morele discussies en het persoonlijke leven.

In 1973 velde het hooggerechtshof in de Verenigde Staten een ophefmakend vonnis waarin abortus legaal werd verklaard. Deze zaak zorgde ervoor dat de morele discussies niet meer uitsluitend over abstracte problemen gingen: discussies over abortus gaan over een reëel probleem uit het alledaagse leven. Daarbij stellen zich persoonlijke vragen als: “Wie is 'ik' in de vraag 'Wat moet ik doen?' “ Carol Gilligan begon in die tijd op een heel diverse plaatsen vrouwen te ondervragen over deze problematiek. Ze wilde achterhalen hoe vrouwen ertoe komen om een moreel probleem te construeren. Door te luisteren naar vrouwen wilde zij ontdekken hoe zij tot beslissingen kwamen over persoonlijke aangelegenheden als ongewenste zwangerschap en abortus.

Daarbij zijn conflicterende referentiekaders in het geding. De aanvankelijke beslissing van het hooggerechtshof draaide rond een rechtenprobleem: de rechten van de moeder tegenover deze van de foetus. Als men erkent dat de foetus geen rechten heeft, is er vanuit een rechtendiscours geen moreel probleem.

Carol Gilligan stelde echter vast dat vrouwen deze problematiek benaderden vanuit een ander referentiekader. Bij hen ging het niet om een rechtendilemma maar om een dilemma met betrekking tot relaties en verantwoordelijkheden. Deze vaststelling leidde tot het schrijven van "In a different voice".

Een goede vrouw werd gezien als een engel: ze had geen zelf. Ze diende ervoor te zorgen dat anderen zich goed konden voelen. Ze mocht dus niet zelfzuchtig zijn. Daarbij gaf Carol Gilligan een aantal voorbeelden uit haar praktijk. Een vrouw die gestudeerd had en zwanger werd, ontgoochelde haar familie, omdat deze van haar verwachtte dat ze het zou maken in de wereld. De baby houden was voor haar dus zelfzuchtig, omdat dit inging tegen de wens van haar familie. Een andere vrouw wilde abortus omdat ze financieel moest instaan voor haar man die zijn rechtendiploma wilde behalen. Als ze een kind zou krijgen, dan zou ze niet meer kunnen zorgen voor haar man.

Om dit te thematiseren in gesprekken met vrouwen, ging Carol Gilligan ertoe over de problematiek van de egocentrisme om te keren vanuit de volgende redenering: Als het goed is om verantwoordelijkheid te dragen voor mensen en je bent zelf ook een mens, waarom mag je dan niet goed zijn voor jezelf? Het bleek dat heel wat vrouwen op deze redenering reageerden met "Dat is een goede vraag!".

Vanuit deze studie kwam Carol Gilligan tot twee paradigmawissels.
1. Het dominante denken draait rond autonomie. Zij stelt daar een denken vanuit verbondenheid tegenover.
2. Een goede vrouw werd als "zelfloos" gezien. Als egocentrisme betekent dat men anderen over het hoofd ziet, dan betekent “zelfloosheid” dat men het zelf veronachtzaamd. Zonder een zelf is er evenwel geen relatie mogelijk. Bijgevolg kan men concluderen dat zowel zelfloosheid als egocentrisme een relatie onmogelijk te maken.

Zorgethiek vertrekt precies vanuit relaties. Zij zijn namelijk de basis voor ons overleven als mens. Gezien de mens gedurende een belangrijk deel van zijn leven een kwetsbaar wezen is, vormen relaties de grondstructuur van de menselijke ervaring. Zonder verbondenheid met anderen zou geen enkel mens kunnen overleven.

Daarom is het belangrijk om na te denken over (1) het zelf en de moraliteit (2) over de vraag waar vrouwen staan in dit denkkader.

Als iemand zichzelf het zwijgen oplegt, gebeuren er twee dingen: (1) je volgt de ander en (2) vaak ga je de ander nadien verwijten toesturen: “Het was niet mijn idee om zus en zo te handelen, ik ben jou alleen maar gevolgd”. Maar dat laat niet weg dat het uiteindelijk de persoon zelf is die beslist om zichzelf het zwijgen op te leggen.

Carol Gilligan stelde vast dat studies over adolescentie, vaak werden geschreven door mannen in samenwerking met hun echtgenote. Deze studies bleken echter allemaal gebaseerd te zijn op onderzoek naar het gedrag van jongens. Daaruit kon geconcludeerd worden dat zowel mannelijke als vrouwelijke onderzoekers de ontwikkeling van de meisjes over het hoofd zagen. Daarom is zij tien jaar onderzoek gaan doen naar de ontwikkeling van meisjes.

Het paradigma van de verlichting stelt rede tegen over emoties, zelf tegenover relaties, geest tegenover lichaam, autonomie tegenover afhankelijkheid, man tegenover vrouw. Deze tegenstellingen vormen het DNA van de patriarchale orde, ze zijn enkel denkbaar vanuit een referentiekader dat uitgaat van een genderhiërarchie.

De neurowetenschapper Antonio Damasio stelde dat ons neuraal systeem gemaakt is om denken en emoties te verbinden. Als je dus denken en emoties, geest en lichaam scheidt, is er geen connectie meer met de manier waarop mensen de wereld ervaren. Nochtans wordt deze scheiding in onze samenleving wel degelijk voltrokken. Daarbij worden emoties, het lichamelijke en de zorg aan vrouwen toebedeeld. Deze scheiding is onlosmakelijk verbonden met het patriarchale denkkader.

Zorg is een deel van ons natuurlijk denkpatroon. “The problem of the other mind” is voor jonge kinderen hoegenaamd geen probleem: ze kunnen op een natuurlijke manier de gedachten van anderen “lezen”. Wij hebben van bij de geboorte basiscapaciteiten voor empathie, het “lezen” van de gedachten van anderen en samenwerken. Dit is het gevolg van de evolutie, want zonder deze eigenschappen zou de mensheid nooit hebben kunnen overleven. Het patriarchale denken werd in dat natuurlijk denkpatroon binnengesmokkeld.

Dit is echter ook een probleem voor de democratie, want ook deze vooronderstelt interdependentie en bijgevolg een zorgend omgaan met de anderen. De vraag is dus hoe we dit verloren hebben. "How did we lose the capability to love and to live democratically?"

Bespreking


Alhoewel Joan Tronto het niet eens is met het strikte onderscheid dat Carol Gilligan maakt tussen de morele ontwikkeling van mannen en vrouwen, draait het kernpunt van hun denken rond dezelfde as: zorgen behoort tot de essentie van het menselijke zijn en bovendien is het een basisattitude om een democratische samenleving mogelijk te maken. Bovendien stellen beide een rechtvaardigheidseis voorop: het gaat niet op dat de ene helft van de mensheid van de zorg geniet, terwijl de andere ze voorziet. Alhoewel Carol Gilligan zoals gezegd een contextueel zorgperspectief tegenover een universalistisch rechtvaardigheidsperspectief stelt, dient nogmaals te worden benadrukt, dat zorg niet kan buiten een theorie van de rechtvaardigheid. Dit wordt door beide denkers vooropgesteld. Bovendien is interessant dat beide ook stellen dat zonder een zorgperspectief geen democratie mogelijk is.

Verder was het zeer interessant om Carol Gilligan te horen schetsen wat de historische achtergrond van haar werk is, maar ook hier lijkt het me zo te zijn dat in de context van de Amerikaanse samenleving in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw een aantal problemen zich scherper stelden dan in een West-Europese context in de 21ste eeuw.

Het is alleszins de bedoeling om het werk van Carol Gilligan later meer uitgebreid in deze blog te behandelen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten