maandag 23 december 2013

11 december 2013 Opening sTimul Lubbeek


Referentie

Samenvatting


sTimul is een “zorgethisch laboratorium”: een instelling waarin de omstandigheden van een zorginstelling worden gesimuleerd, alleen worden de rollen iets aangepast. De zorgvragers zijn in het echte leven hulpverleners. De hulpverleners op hun beurt, zijn in het echte leven studenten. De simulant-zorgvragers bepalen zelf hun zorggraad en worden gedurende ongeveer anderhalve dag verzorgd door de simulant hulpverleners. Nadien volgt een feedbacksessie. Beide groepen leren daardoor stilstaan bij wat goede zorg dient te zijn. In 2008 is sTimul ontstaan in Moorsele. De vestiging in Lubbeek, die net werd geopend, is ondertussen de derde in de rij. 
De opening werd vooraf gegaan door een academische zitting in het gemeentehuis van Lubbeek.

Prof. Marc Decramer KUL: Zorgethiek onze zorg?


Prof. Marc Decramer van de KU Leuven was de eerste spreker. Hij stelde dat zorgethiek belangrijk is om het vertrouwen van de patiënt te winnen. Zorg veronderstelt namelijk empathie en betrokkenheid. Dit moet reeds in de opleiding bijgebracht worden en het moet tevens geïncorporeerd worden in de zorg. sTimul staat voor wederzijdse interactie tussen opleiding en zorg. Bovendien is het een transmuraal initiatief. Transmurale zorg neemt sterk toe omdat er sprake is van een ware tsunami van chronische zieken. Dit is vooral het gevolg van de vooruitgang van de geneeskunde: mensen met levensbedreigende ziektes blijven langer in leven, maar daardoor worden deze zieken chronisch. Om dit te kunnen behandelen is er nood aan een integrerende transmurale benadering.
sTimul kan een rol spelen in de ontwikkeling van een betere zorg. Dit is niet een idee van de KUL: vaak zien we dat kleine organisaties beter buiten de lijntjes kleuren en daardoor vernieuwend werken.

Monique Swinnen, gedeputeerde van de provincie Vlaams Brabant

 

Als tweede spreker trad Monique Swinnen aan. Zij is gedeputeerde van de provincie Vlaams Brabant en heeft onder meer welzijn onder haar bevoegdheden. Zij stelde dat Vlaams Brabant traditioneel een nakomertje is in de zorgorganisatie. Daar staat echter tegenover dat er één groot baken is in de provincie: Leuven en zijn universiteit zijn een broeinest van innovatie zowel op het medisch-technische vlak, als op het vlak van concrete dagelijkse zorg. Gezien sTimul Lubbeek mede door de steun van de KU Leuven tot stand kwam, speelt de universiteit ook hier haar innoverende rol.

Katrien Cornette, coördinator sTimul Lubbeek


De derde spreker was Katrien Cornette, coördinator van sTimul Lubbeek. Zij stelde dat we in de zorg mensen moeten aansporen om niet tevreden te zijn met "goed genoeg". sTimul is een laboratoriumsetting waarin mensen in een veilige omgeving dingen kunnen beleven.

We hebben in dit land een zeer goede zorg op technisch niveau, maar ook op het vlak van de dagelijkse kleine handelingen in de zorg moeten we goed werk leveren. sTimul wil dit ondersteunen. In 2008 is sTimul gestart in Moorsele onder impuls van Trees Coucke. De laboratoriumsituatie in Moorsele is vooral geënt op de bejaardenzorg. In 2011 werd een tweede instelling opgericht in Terneuzen, die zich ook op thuiszorg richt. Vandaag opent sTimul Lubbeek, in een PVT(psychiatrisch verzorgingstehuis) en er zijn ook plannen om een instelling op te richten in Dorset (Verenigd Koninkrijk) en Rijsel (Frankrijk).

In Lubbeek zal men zich het eerste werkjaar toeleggen op tweedaagse inleefsessies, met een verplicht terugkeermoment, vier weken later. De instelling is opgenomen in een PVT, in een realitische ziekenhuisgang: een voormalig operatie- en bevallingskwartier. Van de kant van de scholen zijn de eerste maanden reeds volgeboekt. Er wordt momenteel samengewerkt met scholen voor verpleging, maar er zijn ook plannen om samen te werken met de bachelor geneeskunde van de KUL en een internationale opleiding in nursing ethics.

In feite gaat het in een sTimul-inleefsessie om een omkering van de rollen: professionele zorgverleners worden zorgontvangers. Het hoofddoel daarvan is deroutiniseren.

Voor de start van de inleefsessie, stellen de simulant zorgvragers in samenspraak met de begeleiding van sTimul een mini-zorgdossier dat van toepassing zal zijn op het personage dat zij in sTimul zullen “zijn”. Daarbij wordt niets opgedrongen, omdat men de oefening ook voor de simulant-zorgvrager veilig wil houden. Men kan dus een keuze maken die gaat van minimale zorg tot maximale zorg. Maat toch wordt aangedrongen om minstens een aantal aspecten van lichamelijke zorg te “ondergaan”.

De basisgedachte van de zorg in sTimul is dat goede zorg waardigheidsbevorderende zorg is.

De studenten werken in een voortraject een mindmap uit rond de vraag; "Wat is goede zorg?" Belangrijk voor hen is grenzen te leren respecteren, zowel de eigen grenzen als deze van de zorgvrager. Na de sessie in sTimul die ongeveer anderhalve dag beslaat, wordt er er een feedback-carroussel georganiseerd, waarbij de zorgvragers twee per twee aan de verzorgers feedback geven over diens gedrag. Het effect van het traject is dat beiden, zorgvragers en verzorgers, effectief en affectief geraakt worden. Een van de meest beklijvende ervaringen voor de zorgvragers is een ander tijdsbesef: "eventjes geduld!": men ervaart hoe lang de tijd duurt, als men totaal afhankelijk is en moet wachten op een zorgverlener.

Dit jaar focust de training vooral op empathie. In het bewustwordingsproces dat in sTimul ontstaat, tekenen zich een aantal fasen af:
  • Fase 1: affectieve fase: deroutinisatie, gevoelsmatig en van binnenuit geraakt worden om de patiënt beter te begrijpen.
  • Fase 2: cognitieve fase: perspectiefwissel. Een van de ervaringen van de verzorgden was dat ze zo'n pijn had aan haar poep van altijd maar in de rolstoel te zitten. Door dit soort zaken aan den lijve te ondervinden, leert men zich verplaatsen in de positie van de hulpvrager.
  • Fase 3: de gedragsmatige fase. Deze speelt zich af het natraject. Het doel van de nabespreking is na te gaan hoe men zijn gedrag kan veranderen als men zelf terug actief is in de zorg.
  • Fase 4: Attudinale fase: aannemen van een houding van presentie.

Linus Vanlaere

 

De vierde spreker was Linus Vanlaere, coördinator Ouderenethiek voor de Groepering van Voorzieningen voor Ouderenzorg en wetenschappelijk medewerker aan het Centrum voor biomedische ethiek en recht van de KU Leuven, waar hij onderzoek verricht naar het zorgethische aspect in de ouderenzorg. Hij is tevens wetenschappelijk medewerker bij sTimul Moorsele.

Hij stelde dat men meer naar zorg moet kijken van de kant van de zorgontvanger dan van de kant van de zorgverlener. Daarom moet men radicaal het verhaal leren omdraaien: traditioneel wordt er vooral gekeken vanuit het perspectief van de zorgverlener.

Ethisch handelen veronderstelt een aantal competenties: zien, weten, reflecteren, doen en zijn.

Zien refereert naar dat wat Joan Tronto omschrijft als "zich zorgen maken om". Bv. een vrouw die zichzelf gewassen heeft en daar zeer fier over is, wordt door de verzorgster opnieuw uitgekleed omdat ze volgens haar haar rug niet had kunnen wassen. De verzorgende ziet niet in dat de waardigheid van deze vrouw door haar handelen op de helling wordt gezet. Zien is de kwetsbaarheid van de ander opmerken.

Deelnemers aan het pilootonderzoek stelden dat zij dingen meegemaakt hebben die hen de ogen openden. Bv. iemand werd in een tillift gehangen die plots defect ging. Daarom kwamen een aantal mensen ter plaatse om het probleem te helpen oplossen terwijl hij nog steeds in de tillift hing. op dat moment merk je pas hoe kwetsbaar privacy is. Iemand zei: "ik ga ook wel eens een kamer binnen waar iemand gewassen wordt."

Au, kou, help ervaringen zijn zeer typerend in de zorg: "au" staat voor pijn, kou voor de ervaring van koude (letterlijk en figuurlijk) en help voor de ervaring van hulpeloosheid. Schillebeeckx spreekt in dit verband van een contrastervaring: de lijfelijke ervaring dat er iets moet veranderen: “Dit wil ik nooit meer meemaken”. Daardoor ontstaat een inzicht dat er voorheen niet was.
Vaak probeert men voor de patiënt de schroom te verminderen met de uitspraak: "ge moet niet beschaamd zijn, want we zijn dat gewoon." Maar daar kan de patiënt niets mee aanvangen. Ge kunt nooit echt weten hoe het voor de ander voelt: het is een belangrijk inzicht om dit te beseffen.
De kleine beslissingen die verpleegkundigen dagelijks nemen, zijn belangrijker dan we beseffen. Het gaat niet om grote beslissingen, maar over reflectie op de impact van kleine zaken.

De deelnemers geven aan wat ze nadien anders zouden doen: meer reflecteren, vaak iets niet doen, niet zeggen, dingen met meer aandacht doen. Belangrijk is dat de hulpverlener zich kwetsbaar moet kunnen opstellen en zichzelf kritisch in vraag moet durven stellen.

Maar er is ook het probleem van moral distress: kan de hulpverlener de zorg wel verlenen die hij geleerd heeft? De organisatie die mensen stuurt, heeft een grote verantwoordelijkheid.

Linus Vanlaere besloot zijn uiteenzetting met een citaat van Levinas: Het is alleen in de relatie van de ene mens tot de ander dat de goedheid overeind blijft. Het gaat daarbij om de kleine goedheid.

Katrien Cornette

 

Katrien Cornette kwam daarna terug op het pedagogisch model van sTimul, dat ze omschreef als het Mirte model. Mirte staat voor:
  • M staat voor Management en leiding eerst. sTimul moet een hefboom in de organisatie worden. Het gaat dus ook om een training van organisaties: kwetsbaarheid moet ruimte krijgen in de organisatie.
  • I staat voor integratie in de organisatie.
  • R staat voor realiteitszin.
  • T staat voor het toetsen van de werking aan best practises.
  • E staat voor evalueren, oa. door doctoraal onderzoek.

Jo Van Deurzen

 

De volgende toespraak werd gegeven door Jo Van Deurzen, minister van de Vlaamse Gemeenschap. Hij stelde zich de vraag hoe we in de toekomst antwoord gaan bieden op de vraag naar meer zorg? We zullen daarbij onvermijdelijk keuzes moeten maken. Daarbij moeten we ons telkens de vraag stellen wat de kern is van goede zorg. Het gaat dan niet meer alleen om technische prestaties, maar ook om de kleine handelingen van elke dag.

Levinas stelt dat kijken in het gelaat van de ander zorgt voor verbondenheid. Je moet in de wereld van de kwetsbare persoon kunnen treden en als deze een gevoel krijgen van menswaardigheid.
sTimul is belangrijk omdat het een sterke methodologie heeft. Zorgverleners worden er geconfronteerd met kwetsbaarheid. Het gaat daarbij over meer dan techniek en centen. De centrale vraag is of er een authentieke relatie tot stand is gekomen. We moeten in de samenleving ruimte laten voor kwetsbaarheid, anders krijgen ouderen het gevoel "ik vind het erg om oud te worden."
Hij pleitte ook voor vermaatschappelijking van de zorg: zorg moet deel uitmaken van het leven van alle dag.
Maar je moet die ervaringen ook inbouwen in je bestuursmodel: op elk niveau van de organisatie. Voorbij de kreet "De patiënt staat centraal”.

Trees Coucke

 

Als laatste spreker kwam Trees Coucke aan bod, de initiatiefneemster van sTimul Moorsele. Zij stelde dat sTimul zorgethiek en presentie handen en voeten moet geven Een schip bouwen vergt niet alleen techniek, maar vooral ook het verlangen naar de eindeloze zee. Mensen moeten leren ervaren wat goede zorg is en ernaar verlangen om daaraan mee te werken.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten